Diesel-elektrische Locomotoren

Voor het rangeerwerk op een groot aantal stations, schaft NS in de jaren '30 diesel-elektrische locomotoren aan. De locs zijn naast rangeerwerkzaamheden ook geschikt voor het rijden van lichte goederentreinen. Het mekkerende geluid van de uitlaatfluit is de aanleiding voor de beroemde bijnaam 'sik'. In 1940 levert Werkspoor de 321 als laatste exemplaar van de serie af. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwijnen ruim 70 locomotoren over de oostgrens. In de jaren na de oorlog keren de meeste locomotoren terug naar Nederland. Vrijwel alle locs worden hersteld en weer in dienst gesteld. Ook zijn tussen 1949 en 1951 48 nieuwe locomotoren afgeleverd. Al in 1952 verkoopt NS de eerste twee locomotoren aan particuliere ondernemingen. Eind jaren '60 begint het goederenvervoer per spoor terug te lopen en zijn meer locomotoren verkocht en verhuurd. Ook worden de eerste exemplaren gesloopt. Het duurt nog tot 2007 wanneer, als gevolg van verscherpte Arbo-eisen, de laatste sikken terzijde gaan. De locs blijven echter nog volop actief bij museumorganisaties. Ook is een groot aantal locomotoren als statisch object bij bedrijven en particulieren geplaatst.

Locomotor 362, voorzien van hydraulische telescoopkraan, staat op 5 april 2014 met Materieel '54 treinstel 386 op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum.Locomotor 243 van de Stichting Historisch Dieselmaterieel staat op 8 september 2012 op de thuisbasis van de stichting in Amersfoort.Lange tijd rijden in Nederland een groot aantal buurtgoederentreinen. De treinen stoppen op vrijwel elk station, waar de locomotief van de trein vervolgens wordt gebruikt om de nodige wagens in- en uit te rangeren. Op grotere stations worden daarnaast stoomlocs de hele dag onder stoom gehouden om te rangeren. In de jaren '20 komt de vrachtwagen in opmars. Hiermee zijn goederen veel makkelijker en sneller te vervoeren. Om het trage goederenvervoer per spoor efficiënter en goedkoper te maken, probeert NS eind jaren '20, begin jaren '30 diverse locomotoren met verbrandingsmotor uit. Door de inzet van de locs hoeven de buurtgoederentreinen op de kleinere stations alleen een korte stop te maken om wagons af te leveren of op te halen.

In 1934 schaft NS twaalf diesel-elektrische locomotoren aan. De machines zijn een sterk verbeterde versie van de serie 103-152 uit 1930. De locomotoren hebben een maximale snelheid van 60 km/u. Met een maximum snelheid van 20 km/h kunnen de locomotoren, in tegenstelling tot de oude sikken, ook lichte goederentreinen over het hoofdnet vervoeren. Om deze reden krijgen ze dan ook een afsluitbare cabine met bedieningshandels en -apparatuur. Tussen 1935 en 1940 zijn nog eens 109 locomotoren afgeleverd. Werkspoor bouwt in Amsterdam de 201-280 en 307-321. NS bouwt in de Centrale Werkplaats in Zwolle de 281-306. De laatste exemplaren komen tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst.

Tijdens de oorlog zijn 72 locomotoren naar Duitsland afgevoerd. In de jaren na de oorlog keren 60 exemplaren terug naar Nederland. Twaalf exemplaren verdwijnen achter het IJzeren Gordijn. De 201, 206, 216, 220, 224, 240, 258, 261, 266, 268, 282 en 287 zijn in 1950 definitief afgeschreven. Ook de 236, 277 en 295 gaan terzijde. De drie locomotoren zijn vanwege zware oorlogsschade gesloopt. De overige locs worden hersteld. Daarnaast bouwt Werkspoor van 1949 tot 1951 nog eens 48 nieuwe locomotoren. Hiervan gaat de 365 al in 1955 verloren bij een aanrijding in Hoek van Holland. In 1970 gaat de 333 na een botsing buiten dienst. Na de grote sanering van het goederenvervoer eind jaren '60, begin jaren '70 zijn in 1972 en 1973 dertien overbodige sikken terzijde gesteld en gesloopt. In de jaren hierna zijn nog enkele sikken na een ongeval gesloopt. Bij hun zestig jarig jubileum in 1994 heeft NS desondanks nog 127 locomotoren in dienst.

Locomotor 227 is één van de exemplaren voorzien van telescoopkraan. De loc staat op 29 augustus 1993 in Roermond te wachten op een volgende inzet.Veertien exemplaren zijn tussen 1972 en 1974 voorzien van een telescoopkraan. De kraan wordt vooral gebruikt bij onderhoud aan de spoorbaan. De locomotoren die een kraan bezitten, zijn de 227, 242, 246, 248, 250, 265, 274, 276, 309, 355, 360, 362 en 368. In 1982 volgen de 252, 284 en 344. Tussen 1972 en 1982 zijn de locomotoren die in gebruik zijn bij NS in de huisstijlkleuren geel en grijs geschilderd.

VERKOOP EN VERDELING

NS verkoopt al in 1952 de eerste twee locomotoren verkocht aan particuliere ondernemingen. Door terugloop in het goederenvervoer volgen eind jaren '60, begin jaren '70 nog enkele exemplaren.

Locomotor 243 helpt op 1 april 1996 bij de aanleg van het nieuwe derde perron in Amersfoort.Bij de opsplitsing van NS in 1997 zijn de locomotoren verdeeld over NS Cargo, NS Materieel (later Nedtrain) en Rail Infra Services. Laatstgenoemde verdeelt de locs over Volker Stevin, NBM Rail, Strukton Railinfra en Railpro. De meeste bedrijven gebruiken de locomotoren echter maar weinig of zelfs helemaal niet. Diverse exemplaren zijn ondergebracht bij museumbedrijven en particulieren of gesloopt. Vooral de locomotoren van Strukton, dat ruim 40 exemplaren bezit, komen bij museumbedrijven terecht. Eigenlijk gebruiken alleen NBM Rail en NedTrain hun locomotoren nog jaren na de verdeling. Voor Raillon rijdt de 303 nog enkele jaren in Rotterdam IJsselmonde.

Als gevolg van verscherpte Arbo-eisen gaan in 2008 de meeste locomotoren buiten dienst bij de reguliere spoorwegmaatschappijen en -aannemers. Ruim 50 exemplaren blijven echter bewaard bij museumorganisaties en bijna 30 locs staan als statisch object opgesteld bij bedrijven en particulieren.

Een aantal exemplaren is in particulier bezit en blijft langer actief. Zo rijden de wit-groene 203 en de blauw-zwarte 342 nog enkele jaren bij C. Steinweg Handelsveem B.V. in de Rotterdamse Beatrixhaven. De locs staan hier nog altijd op de kade. De 317 rijdt nog tot november 2012 bij het Vlissingse bedrijf Thermphos.

Klik hier voor een overzicht van de bewaarde locomotoren.

INZET

De laatste locomotoren die zijn ondergebracht bij goederenvervoerders en aannemers staan vaak lange tijd op diverse emplacementen weg te kwijnen. Op 7 januari 2003 staat de verwaarloosde 323 in Geldermalsen. Twee jaar later wordt de loc in oude staat hersteld en als statisch opbject naast het stationsgebouw van Sneek geplaatst.De locomotoren zijn in heel Nederland ingezet. Lange tijd zorgen één of meer locomotoren op een groot aantal stations voor het rangeerwerk van wagons uit buurtgoederentreinen. Vooral in hun beginjaren rijden ze ook goederentreinen op diverse lijnen waar alleen goederenvervoer plaatsvindt zoals de restanten van de GOLS- en NFLS-netten, de Haarlemmermeerlijnen en de vroegere tramlijnen van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij. Een opvallende dienst is jarenlang de bediening van de spooraansluitingen in Amsterdam Noord. Tot april 1983 wordt dagelijks een locomotor met enkele goederenwagens het IJ overgevaren.

Met de komst van de locomotieven van de series 500/600, 2200 en 2400 en het verdwijnen van de stoomtractie in de jaren na de Tweede Wereldoorlog worden de locomotoren vrijwel alleen nog voor rangeerwerk en werktreinen gebruikt.