Locomotoren met benzinemotoren

Door de toenemende concurrentie van het snelle en goedkope vrachtvervoer over de weg is NS in de jaren twintig genoodzaakt om een alternatief voor het trage en omslachtige goederenvervoer per spoor te zoeken. Na de bouw van enkele proeflocs, neemt NS in de periode 1930-1932 vijftig locomotoren met benzinemotoren in gebruik. De locjes worden op diverse kleinere stations geparkeerd voor lichte rangeerwerkzaamheden. Na de komst van de sterkere diesel-elektrische locomotoren in de daaropvolgende jaren, neemt het belang van de 'Oersikken' alweer snel af. In 1938 gaat het eerste exemplaar alweer buiten dienst. Ook tijdens de oorlog verdwijnen diverse locomotoren. Tussen 1945 en 1948 gaan de laatste exemplaren terzijde. Een aantal locs is verkocht aan particulieren en blijft langer in gebruik. Hierdoor zijn zes oersikken bewaard gebleven.

Locomotor 116 staat op 8 oktober 2016 temidden van ander museummaterieel van de VSM bij de draaischijf in Beekbergen.Door de opkomst van het vrachtverkeer over de weg blijkt al snel dat het goederenvervoer per spoor met stoomtractie zeer traag en omslachtig is georganiseerd. Doordat buurtgoederentreinen vrijwel op elk station moeten rangeren, gaat veel tijd verloren. Omdat op elk station een stoomlocomotief, inclusief bemanning te stationeren een veel te dure oplossing is, kijkt NS naar andere mogelijkheden. De oplossing wordt gevonden in eenvoudige locomotoren met benzinemotoren die alleen door een bevoegde rangeerder bediend hoeven te worden. Naast de eenvoudige bediening is ook het feit dat ze alleen gestart hoeven te worden wanneer ze nodig zijn, een bijkomend voordeel. Met de inzet van de locomotoren kan de goederendienst per spoor aanzienlijk worden versneld.

Oersik 122 is in de periode 2000 - 2014 geheel opgebouwd uit originele onderdelen van de 122 en het frame van een onbekende sik. In 2014 komt de 122 rijvaardig bij de SGB in dienst. Op 17 oktober dat jaar maakt de locomotor deel uit van de SpoorParade in Amersfoort ter gelegenheid van 175 jaar spoorwegen in Nederland.In 1927 bouwt locomotieffabriek L. Schwartzkopff in Berlijn proefloc 101. Twee jaar later volgt de 102. Deze locomotor heeft een sterkere benzinemotor en een maximumsnelheid van 30 km/u in plaats van de 10 km/u van de 101. De locomotor is bovendien iets langer en voorzien van een cabine voor de rangeerder met een afdakje boven de treeplanken. In navolging van de de 102 bestelt NS 17 exemplaren bij Berliner Maschinebau A.G., het voormalige L. Schwartzkopff. De locomotoren zijn in 1930 gereed. Het de periode 1931-1932 bouwt Werkspoor nog 33 exemplaren. De 102-130 hebben een appelgroene kleurstelling. De 131-152 zijn in een donkergroene kleurstelling afgeleverd.

NS stationeert de locomotoren korte tijd vooral bij kleinere stations in de noordelijke en zuidelijke provincies. Met de komst van de sterkere diesel-elektrische locomotoren halverwege de jaren '30 gebruikt NS de oude locomotoren vrijwel niet meer. De 102 gaat al in 1938 terzijde. Van 1944 tot 1947 is de loc weer tijdelijk in gebruik. In 1939 gaan de eerste locs uit de vervolgserie buiten dienst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwijnt een aantal exemplaren naar Duitsland. Na de oorlog hervat NS de buitendienststelling van de locomotoren. In 1948 gaat de 117 als laatste Oersik terzijde. Een aantal exemplaren vervolgt hun loopbaan bij particulieren. Spoorijzer koopt in 1950 maar liefst elf terzijde gestelde locomotoren om op te knappen en te voorzien van een sterkere dieselmotor. Ook deze locomotoren zijn, met een nieuw locnummer, verkocht aan diverse bedrijven als de Hoogovens, Shell, verschillende suikerfabrieken en de IJsselcentrale in Zwolle en Hengelo. Een aantal exemplaren blijft zo nog decennialang actief. De 122 rangeert zo nog tot in de jaren '90 bij Suikerfabriek Vlaanderen in Moerbeke.

INZET

Oersik 137 is sinds 1985 opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum. De locomotor is sinds 2005 echter niet meer rijvaardig. Op 16 juli 2016 staat de 137 op het buitenterrein van het museum.NS zet de locomotoren vooral in op de kleinere stations in Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Zeeland. De locomotoren zijn ook te zien in Woerden, Bilthoven en langs de IJmondlijn. Na de komst van de dieselelektrische locomotoren verdwijnen de oude locomotoren weer van de meeste stations. NS zet de locs vervolgens vooral in bij seizoensgebonden rangeerklussen als het verplaatsen van bietenwagens in Roosendaal en Nuth.

MUSUEMLOCOMOTOREN

Doordat een groot aantal locomotoren na hun buitendienststelling bij NS nog lange tijd doorrijden bij particulieren, belanden diverse exemplaren uiteindelijk bij museumorganisaties. Het Spoorwegmuseum bezit twee locomotoren. De 103 komt in de jaren '70 vanuit NV Staalwerken 'De Maas' te Maastricht bij de SGB terecht. In de jaren '80 draagt de SGB de locomotor over aan Het Spoorwegmuseum. Het museum laat de loc opknappen en voorzien van een nieuwe dieselmotor en aandrijving. Tussen 1989 en 1996 pendelt de locomotor over het terrein van het museum. De 137 is via Spoorijzer, de Hoogovens en Thomassen in De Steeg in 1985 eveneens in Het Spoorwegmuseum terecht gekomen. De locomotor is in 1995 rijvaardig gemaakt. In 2005 is de motor versleten en wordt de loc niet meer ingezet. In 2015 is de 137 door de SGB in Goes cosmetisch in oude staat hersteld. Enkele jaren eerder heeft de SGB al de 122 geheel in historische staat teruggebracht. De locomotor die tot in de jaren '90 in België dienst doet, is vanaf 2000 in bezit van Stichting de Locomotor. De SGB brengt de sterk verbouwde locomotor in de loop der jaren geheel terug naar originele uitvoering. In 2014 komt de 122 weer rijvaardig bij de SGB in dienst.

De MBS bezit twee Oersikken. De 145 doet nog tot 1983 dienst bij de Suikerfabriek in Breda. Datzelfde jaar is de locomotor aan de MBS geschonken. De rijvaardige locomotor behoudt de groene uitvoering van de suikerfabriek. De 125 komt een jaar later vanaf de Hengelose IJsselcentrale over naar de MBS. De locomotor is eind 2016, begin 2017 cosmetisch terruggebracht in de oorspronkelijke NS-uitvoering. Hierbij is ook de motorhuif aangepalt en de accubak gereconstrueerd. De 116 van de VSM komt net als de 125 van de MBS in 1984 van de IJsselcentrale in Hengelo. De locomotor is 2015 rijvaardig gemaakt en donkergroen geschilderd. De derde locomotor van de IJsselcentrale in Hengelo staat van 1987 tot 1999 als monument in Avonturenpark Hellendoorn. Hierna staat de onbekende oersik nog enige tijd bij de RTM in Brouwersdam. De SGB heeft de locomotor uiteindelijk als onderdelenleverancier gesloopt. Locomotor 117 is enige tijd eigendom van de SHM, maar is later alsnog alsnog gesloopt.