Serie 1000

Na de Tweede Wereldoorlog bestelt NS voor het eerst een serie elektrische locomotieven. De 1001 arriveert in april 1948 vanuit Zwitserland in Nederland. Ook de 1002 en 1003 worden door SLM Winterthur en Oerlikon in Zwitserland gebouwd. Werkspoor bouwt in Amsterdam en Utrecht de 1004-1010. De tien locomotieven zijn aanvankelijk donkergroen maar worden in 1954 net als de volgende series elektrische locomotieven blauw geschilderd. De locs zijn oorspronkelijk bedoeld voor de reizigersdienst en hebben een maximum snelheid van 135 km/u. In 1955 wordt de maximum snelheid teruggebracht naar 100 km/u en zet NS de locs vrijwel alleen nog in de goederendienst in. In 1982 gaat het laatste exemplaar buiten dienst. Negen locs zijn gesloopt. STIBANS bewaart de 1010. Later is de loc opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum.

Museumloc 1010 staat op 5 april 2014 op spoor 1 in het Spoorwegmuseum.De eerste serieuze plannen voor de aanschaf van elektrische locomotieven ontstaan pas wanneer eind jaren '30 zo'n 500 kilometer spoor is geëlektrificeerd. De dienst wordt uitgemaakt door elektrische motorrijtuigen en -treinstellen. Internationale sneltreinen en goederentreinen worden nog altijd met stoomtractie gereden. Met name op de drukbereden Oude Lijn zou de inzet van elektrische locomotieven deze treinen kunnen versnellen. Met het oog op de elektrificatie van de trajecten Dordrecht - Antwerpen en tussen Eindhoven en Zuid-Limburg besluit NS nog voor de Tweede Wereldoorlog een serie universele locomotieven te ontwikkelen. De locomotieven zouden overdag internationale sneltreinen en 's-nachts goederentreinen als kolentransporten rijden. Tijdens de oorlog is het ontwerp van de locomotieven regelmatig gewijzigd. In mei 1946 bestelt NS de serie van tien locomotieven. In april 1948 komt de 1001 als eerste exemplaar in Nederland aan. Een maand later gevolgd door de 1002. In mei 1949 zijn de laatste exemplaren gereed voor de inzet. NS zet de locs vervolgens drie jaar lang daadwerkelijk zowel in het reizigers- als het goederenvervoer in. Ze kampen echter regelmatig met defecten en kennen slechte rijeigenschappen. Wanneer eind 1952 voldoende locomotieven van de series 1100, 1200 en 1300 beschikbaar zijn, wordt de serie 1000 gedegradeerd tot goederenlocomotief. De maximumsnelheid wordt teruggebracht naar 100 km/u.

De 1006 raakt in 1961 bij een ongeval onherstelbaar beschadigd en wordt gesloopt. In 1975 wordt de 1002 als onderdelenleverancier terzijde gesteld. De loc wordt ontdaan van bruikbare onderdelen en gesloopt. De komst van de locomotieven uit de serie 1600 zorgt ervoor dat in 1981 de 1004 en 1008 terzijde gaan. In april 1982 volgen de overgebleven exemplaren. In de laatste maanden van dat jaar worden de locomotieven gesloopt. De 1010 wordt echter door STIBANS bewaard. De loc is in 1990 opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum. Vanaf 2009 is de loc daadwerkelijk eigendom van het museum.

INZET

NS zet de eerste twee locomotieven uit de serie vanaf mei 1948 vanuit Utrecht in. Ze rijden met name snel- en goederentreinen tussen Utrecht en Eindhoven. Ook zijn ze te zien in sneltreinen tussen Den Haag, Rotterdam en Arnhem. Enkele maanden later verhuizen de locs naar Amsterdam en gaan ze voornamelijk de sneltreinen Amsterdam - Eindhoven rijden. 's-Nachts rijden ze voornamelijk kolentreinen op hetzelfde traject. Het inzetgebied breidt verder uit naarmate meer locs in dienst komen. Zo zijn ze met boottreinen in Hoek van Holland te zien en rijden ze cokestreinen naar Beverwijk ten behoeve van de Hoogovens. In mei 1949 zijn alle locs inzetbaar en is het traject Eindhoven - Maastricht/Heerlen elektrisch berijdbaar. De locomotieven worden zeer intensief ingezet. Zo rijden ze alle sneltreinen op het traject Amsterdam - Maastricht/Heerlen en in de nachtelijke uren kolen- en cokestreinen tussen Limburg en Amsterdam. Bovendien rijden ze een half jaar lang zowel de stop- als sneltreinen tussen Amsterdam en Arnhem.

In de zomer van 1952 zijn bijna alle locomotieven uit de reizigersdienst verdreven door de nieuwe locs uit de series 1100, 1200 en 1300. De laatste reizigerstreinen zijn enkele sneltreinen tussen Utrecht en Den Haag/Rotterdam en enkele internationale sneltreinen van Hoek van Holland naar Eindhoven en Oldenzaal. Met het ingaan van de winterdienst dat jaar is de serie 1000 definitief gedegradeerd tot goederenloc. Doordat een groot deel van het spoorwegnet inmiddels elektrisch berijdbaar is en de locomotieven uit de serie 1300 de zwaarste goederentreinen rijden, zijn de tien locs in het hele land te zien.

De onderhoudsgevoelige locs worden vanaf de winterdienst 1975/1976 planmatig alleen nog ingezet op de trajecten Rotterdam - Vlissingen, Rotterdam - Venlo/Maastricht en in de bietentreinen in de zuidelijke provincies. In de winterdienst 1977/1978 gaan de locs naast goederentreinen ook weer enkele reizigerstreinen, met name vakantietreinen tussen Den Haag en Venlo, rijden. In januari 1982 zijn de laatste locs niet meer in de dienstregeling opgenomen. Tot 19 april dat jaar rijden ze enkel nog invaldiensten.