Stroomlijnpostrijtuigen

In de loop van de jaren '30 introduceert NS op steeds meer reizigersverbindingen het moderne stroomlijnmaterieel. Het postvervoer per spoor vindt dan echter nog altijd plaats in getrokken rijtuigen. Om ook post te kunnen vervoeren in de stroomlijntreinen, zijn in de tweede helft van de jaren '30 speciale rijtuigen met automatische koppelingen ontwikkeld. Tussen eind jaren '30 en eind jaren '40 zijn ruim twintig stroomlijnpostrijtuigen in verschillende uitvoeringen gebouwd. Met de komst van de Motorpostrijtuigen gaan de eerste rijtuigen eind jaren '60 terzijde. In 1979 gaat het laatste rijtuig buiten dienst.

Op 17 mei 2014 wordt de Pec van het Spoorwegmuseum met wat ander museummaterieel overgebracht van het museum naar de loods in Blerick. Het convooi staat even stil in Amersfoort zodat e-loc 1202 kan kopmaken.

De eerste zes rijtuigen worden in 1938 door Beijnes en Werkspoor afgeleverd. Ze krijgen gezelfde gestroomlijnde uitvoering en de groene kleurstelling van het elektrische stroomlijnmaterieel. De rijtuigen hebben geen frontruiten en alleen sluitseinen. Omdat de Dieseldrieën over een afwijkende koppeling beschikken, krijgen de rijtuigen een voorzetstuk op de koppeling. Bij het rijden met elektrische treinen, wordt dit deel omhooggeklapt. Om ruimte te maken voor het voorzetstuk is een opvallende deuk in de beplating boven de koppeling aangebracht. De rijtuigen krijgen de nummers P 8501-8506. In 1940 en 1941 leveren Allan, Beijnes en Werkspoor de vervolgserie van vijftien rijtuigen. De rijtuigen zijn een meter langer dan de eerste serie en hebben bovendien geen deuk in de neuzen. Reden hiervoor is dat de Dieseldrieën inmiddels dezelfde koppeling hebben als het overige stroomlijnmaterieel. De rijtuigen zijn in aansluiting op hun voorgangers genummerd in P 8507-8521.

Het museumrijtuig is één van de rijtuigen met karakteristieke deukneus. Amersfoort, 17 mei 2014.Na de oorlog levert fabrikant Allan twee rijwielwagens die qua uiterlijk enigzins overeenkomen met de postrijtuigen. De rijtuigen zijn aan beide zijden voorzien van vier grote rolluiken. Voor het daglicht zijn enkele kleine raampjes aangebracht. Ook zijn de rijtuigen weer een meter langer dan de postrijtuigen uit de tweede serie. De rijtuigen komen in 1948 met de nummers 8501 en 8502 in dienst. Vrijwel direct blijkt dat ze niet aan de behoefte voldoen. In 1949 verbouwt Allan ze tot postrijtuig. Hierbij maakt één van de rolluiken aan elke zijde plaats voor een raam. Ook worden enkele kleine raampjes vervangen door een groter exemplaar. De rijtuigen krijgen de nummers P 8551 en 8552. De rolluiken zijn in 1955 vervangen door schuifdeuren. Ondertussen bouwt Allan in 1950 de derde en laatste serie postrijtuigen. De rijtuigen zijn vrijwel gelijk aan de tweede serie en krijgen de nummers 922-936. Tegelijkertijd zijn de oude rijtuigen vernummerd in de reeks 901-917. Vier rijtuigen zijn tijdens de oorlog niet teruggekeerd uit Duitsland en worden afgeschreven. De voormalige fietsrijtuigen krijgen de nummers 951 en 952. De 8511 keert in 1951 alsnog terug uit Polen en krijgt het nummer 918.

Het bewaarde stroomlijnpostrijtuig 8502 staat op 5 april 2014 in het Spoorwegmuseum.De komst van de Motorpostrijtuigen zorgt ervoor dat in 1966 de eerste vijf rijtuigen worden afgevoerd. In de daaropvolgende jaren volgen nog enkele rijtuigen. Met de komst van de nieuwe treinstellen in de 900-serie van Materieel '64 krijgen de resterende rijtuigen in 1972 een 1 voor hun nummer. In 1979 wordt het Sternet ingevoerd. Hierbij is het postvervoer geheel gescheiden van het reizigersvervoer. Tegelijkertijd gaan de stroomlijnpostrijtuigen buiten dienst. De 1902 is bewaard en maakt deel uit van de collectie van het Spoorwegmuseum.