Plan W

Werkspoor bouwt in 1966 en 1967 24 rijtuigen van het type Plan W1. De rijtuigen zijn afgeleid van de Duitse 'Silberlingen' en kennen alleen tweede klasse. In 1968 levert de fabrikant de vervolgserie van 26 rijtuigen van het type Plan W2. Deze rijtuigen zijn alleen bestemd voor binnenlands vervoer. Alle rijtuigen krijgen een Berlijns blauwe kleurstelling. De twintig oudste rijtuigen worden in 1974 geschikt gemaakt voor de dienst in trek-duwtreinen tussen Amsterdam en Brussel. De rijtuigen krijgen gele deuren en een brede gele band over de zijwanden. In 1981 zijn ook de overgebleven rijtuigen Plan W1 geschikt gemaakt voor de Beneluxdienst. De rijtuigen Plan W2 krijgen vanaf dat jaar de geel-blauwe intercitybeschildering. Met de komst van de nieuwe IC-rijtuigen in de Beneluxdienst keren de Plan W1-rijtuigen terug in de binnenlandse dienst. Hierbij krijgen ze eveneens de geel-blauwe beschildering. In 1996 gaan alle rijtuigen terzijde. Door materieeltekorten komt het grootste deel in 1999 en 2000 echter weer in dienst. In 2003 verdwijnt het laatste Plan W rijtuig alsnog uit de reizigersdienst. Drie rijtuigen zijn bewaard voor museale doeleinden.

E-loc 1850 vertrekt voorjaar 2001 met Plan W, ICR en IC+ rijtuigen in 's-Hertogenbosch naar het zuiden.Ter versterking van getrokken treinen en voor de inzet in de buurlandtreinen tussen Amsterdam en het Duitse Ruhrgebied zijn begin jaren '60 de Plan W-rijtuigen ontwikkeld. De rijtuigen zijn gebaseerd op de Duitse Silberlingen en krijgen draaistellen, ramen, verwarmings- en ventilatiesystemen die zijn afgeleid van het Materieel '64. Om aan internationale normen te voldoen, is voor de rijtuigen een nieuw soort draai- vouwdeur ontworpen. Werkspoor bouwt in 1966 en 1967 de eerste 24 rijtuigen. De serie Plan W1 is geschikt voor het buurlandverkeer. In 1968 wordt de vervolgserie Plan W2 gebouwd. De serie bestaat uit 26 rijtuigen die alleen geschikt zijn voor binnenlands verkeer. Alle rijtuigen kennen alleen tweede klasse afdelingen.

In juni 1970 raakt rijtuig 423 bij een ongeval in Düsseldorf zodanig beschadigd dat het rijtuig ter plaatse is gesloopt. In januari 1972 is rijtuig 504 na brand in Weesp enkele maanden eerder, afgevoerd en gesloopt.

BENELUXDIENST

Met de winterdienst van 1957 voeren NS en NMBS de Beneluxdienst in. Elk uur rijdt een rechtstreekse sneltrein tussen Amsterdam en Antwerpen. Eenmaal per twee uur rijdt de trein van en naar Brussel. De dienst wordt uitgevoerd door de twaalf Benelux-treinstellen van het type Materieel '57. In 1968 schiet de capaciteit van de treinen zo tekort dat beide spoorwegmaatschappijen beslissen om twee treinparen met getrokken rijtuigen te rijden. Een jaar later gaan de meeste treinen van en naar Brussel rijden en wordt de capaciteit van de treinen opnieuw krapper.

Tijdens de materieelshow in het kader van 150 jaar spoorwegen in Amersfoort, toont de Stichting Historisch Dieselmaterieel één van hun museumrijtuigen aan één zijde met de opvallende beschildering die drie Plan W1 rijtuigen enkele jaren hebben na hun verbouwing tot Beneluxrijtuig. Amersfoort, 15 september 2013. In de loop van de jaren '70 is het aantal getrokken treinparen verhoogd tot vijf. Omdat het rijden met getrokken treinen niet wenselijk is vanwege het kopmaken in Antwerpen, wordt een andere oplossing bedacht. In 1973 worden acht Plan D-restauratierijtuigen verbouwd tot stuurstandrijtuig. Samen met twee Belgsiche rijtuigen, drie Plan W rijtuigen en een Belgische locomotief van de serie 25.5 worden acht trek-duweenheden gevormd voor de Beneluxdienst. De rijtuigen en locomotief krijgen dezelfde blauw-gele kleurstelling als de Benelux-treinstellen. In tegenstelling tot de treinstellen zijn ook de deuren van de rijtuigen geel geschilderd. In totaal worden 20 van de 23 Plan W1 rijtuigen aangepast voor de Beneluxdienst. In april 1974 worden de eerste proefritten met de nieuwe stammen gemaakt. Als op 26 mei 1974 een volledige uurdienst tussen Amsterdam en Brussel van start gaat, gaan de trek-duwstammen permanent in de Beneluxdienst rijden. In eerste instantie is de volgorde: stuurstandrijtuig+A+AB+B+B+B+loc 25.5. In 1977 wordt de samenstelling gewijzigd om zo het Nederlandse en Belgische materieel bij elkaar te houden. De samenstelling is dan: stuurstandrijtuig+B+B+B+A+AB+loc 25.5. Eind jaren '70 zijn de drie onverbouwde rijtuigen Plan W1 alsnog omgebouwd tot Beneluxrijtuig. De rijtuigen zijn enkele jaren te herkennen aan het ontbreken van de gele band op de zijwand.

Tussen december 1986 en april 1987 worden de trek-duweenheden vervangen door nieuwe eenheden met intercityrijtuigen. De Plan W1-rijtuigen worden hierna omgebouwd om alleen nog in binnenlands verkeer te gebruiken en zijn zo technisch gelijk aan serie Plan W2. Alle rijtuigen worden in de intercityhuisstijl geschilderd. Op 2 juni 1996 gaat de serie Plan W1 buiten dienst. De rijtuigen uit de serie Plan W2 staan nog enkele maanden op reserve en gaan uiteindelijk op 8 september dat jaar terzijde. In de zomer van 1997 gaan 17 rijtuigen dienst doen als geluidsscherm op het Amsterdamse opstelterrein Watergraafsmeer.

Enkele terzijde gestelde Plan W rijtuigen staan op 2 april 2002 ontdaan van draaistellen en andere bruikbare onderdelen in Zutphen.In mei 1998 keren zeven rijtuigen terug in de reizigersdienst. Het is de bedoeling de rijtuigen dat jaar in te zetten tot een aantal dubbeldeksrijtuigen is omgebouwd voor de inzet in getrokken treinen. Nadat deze rijtuigen in januari 1999 gereed zijn, blijven de Plan W-rijtuigen echter in dienst. Met het oog op de revisie van de intercityrijtuigen wordt besloten nog eens 24 rijtuigen opnieuw in dienst te stellen. De rijtuigen komen in de eerste helft van het jaar in dienst. Vijf rijtuigen worden gesloopt, de rest dient als plukrijtuig. De rijtuigen 21-37 512 en 518 staan in het voorjaar van 1999 als tentoonstellingsruimte van het Fotofestival Naarden in Naarden-Vesting.

Van de reserverijtuigen worden in de loop van 2000 nog tien rijtuigen opnieuw in dienst gesteld. Twee plukrijtuigen gaan naar het militaire oefenterrein in Gilze-Rijen. Behalve de twee rijtuigen van het Spoorwegmuseum, zijn de overige rijtuigen dat jaar gesloopt. Wanneer een rijtuig in 2001 brandschade krijt, wordt één van de twee rijtuigen van het Spoorwegmuseum weer in dienst gesteld. Met de komst van de ICK-rijtuigen worden in de loop van 2002 steeds meer Plan W-rijtuigen terzijde gesteld. De rijtuigen worden onder andere gebruikt voor het afstaan van onderdelen voor het Materieel '64. In 2003 gaan de laatste rijtuigen buiten dienst.

INZET

Aangezien de serie alleen tweede klasse rijtuigen kent, rijdt het materieel altijd in combinatie met andere rijtuigen. De rijtuigen worden onder andere in buurlandtreinen tussen Den Haag en Keulen ingezet. Samen met Plan E-rijtuigen rijden ze in de getrokken treinen van Amsterdam naar Enschede en Zuid-Limburg en met Plan D-rijtuigen tussen Amsterdam en Nijmegen/Keulen. De Beneluxrijtuigen rijden van 1974 tot eind 1986 vrijwel alleen tussen Amsterdam en Brussel.

De Plan W rijtuigen worden hun laatste dienstjaren voornamelijk als versterking in de spits gebruikt. DE-loc 690 plaatst enkele rijtuigen voor de intercity naar Heerlen. Den Haag Centraal, 3 mei 1999.Begin jaren '80 gaan getrokken treinen tussen Amsterdam en Vlissingen rijden. In de treinen rijden de Plan W rijtuigen gemengd met de nieuwe intercityrijtuigen. In 1985 komt een eind aan de inzet van getrokken treinen op de verbinding. Als begin 1987 de verschillende Benelux-stammen aan de kant gaan, verschijnen de rijtuigen weer als versterking in binnenlandse treinen. Daarnaast worden ze gecombineerd met Plan E-rijtuigen in spitstreinen in Noord-Holland ingezet. Met ingang van de winterdienst 1987/1988 verdwijnen de rijtuigen weer uit deze verbindingen omdat de batterijen door de korte rijafstanden niet opladen.

Een opvallende dienst is begin jaren '90 de getrokken IC'90-trein tussen Zwolle en Maastricht. De rijtuigen die in 1998 opnieuw in dienst komen, worden in een vaste omloop ingezet tussen Haarlem en Eindhoven/Maastricht en tussen Den Haag en Heerlen/Venlo.

Museumrijtuig 4118 staat op 8 september 2012 op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum.MUSEUMRIJTUIGEN

Na de buitendienststelling in 2003 gaan drie rijtuigen naar het Spoorwegmuseum. De 4118 wordt in 2004 in de originele kleurstelling geschilderd. Het rijtuig rijdt regelmatig mee in ritten voor het museum. Het museum schenkt de andere twee rijtuigen begin 2011 aan de Friese Stoomtrein-Maatschappij. Deze stichting gaat echter een jaar later failliet. Beide rijtuigen gaan in juli 2013 over naar de Stichting Historisch Dieselmaterieel. De SHD wil met deze rijtuigen, enkele Plan E rijtuigen en twee diesellocs uit de serie 2200 een trek-duwstam vormen.