Dieseltijdperk NS na 95 jaar voorbij

In 1922 schaft NS de eerste verbrandingsmotorrijtuigen aan om zo de exploitatie van regionale treindiensten enigzins rendabel te maken. Ruim tien jaar later maken dieseltreinen ook het reizen op een belangrijk deel van de hoofdlijnen weer aantrekkelijk. Hierna volgen er ook luxe diesels voor het internationale treinverkeer. Tegelijkertijd wordt een groot deel van het Nederlandse spoorwegnet geëlektrificeerd en verdwijnt de dieseltractie geleidelijk weer naar de lokale zijlijnen. Rond de eeuwwisseling gaan deze lijnen vrijwel allemaal over naar regionale vervoerders en is NS vanaf december 2012 nog maar op twee 'diesellijnen' actief. Zowel de spoorlijn Zwolle - Wierden als het Kamperlijntje worden hierna alsnog geëlektrificeerd. Waarna de exploitatie in december 2017 naar Syntus overgaat en NS geen dieselmaterieel meer nodig heeft.

Plan X museumstellen 41 en 186 brengen op 28 april 2007 museumdieseldrie 27 van Utrecht Maliebaan via Deventer naar Tilburg. Het trio bij Twello. DM'90 treinstel 3414 rijdt op 22 april 2011 bij Voorst als stoptrein van Apeldoorn naar Zutphen. Museum-DE2 186 van HSA is op 11 maart 2012 bij Diepenveen onderweg richting Zwolle. Voormalig Wadloper 3223 in dienst bij Veolia is op 25 augustus 2007 bij Nijmegen Heijendaal onderweg van Roermond naar Nijmegen.

Sinds de zomer van 2016 tot de zomer van 2017 is het Kamperlijntje de laatste verbinding waar het dieselmaterieel van NS niet 'onder draad' rijdt. Op 31 januari 2015 vertrekt DM'90 3448 uit Kampen naar Zwolle.Na de Eerste Wereldoorlog neemt het belang van de trein als vervoermiddel door de komst van vrachtwagen, autobus en de fiets snel af. De laatst overgebleven spoorwegmaatschappijen gaan intensief samenwerken in de belangengemeenschap Nederlandse Spoorwegen. De NS zoekt op verschillende manieren naar een aantrekkelijke, maar vooral goedkopere exploitatie van het spoorwegnet. Begin jaren '20 zijn voor het reizigersvervoer de eerste verbrandingsmotorrijuigen ontwikkeld. Met de inzet van de motorrijtuigen kunnen de exploitatiekosten aanzienlijk omlaag. Zo verbruiken de rijtuigen bij stilstand geen brandstof, vergen ze veel minder onderhoud en zijn een stoker en een tweede conducteur niet langer nodig. In de loop van de jaren '20 en '30 ontwikkelt NS diverse kleine series motorrijtuigen voor de inzet op diverse regionale zijlijnen.

Motorwagen 41 rijdt op 7 en 8 november 2015 de Heimwee Express van het Spoorwegmuseum. Op 8 november 2015 rijdt de 41, onderweg naar het Maliebaanstation, door Den Dolder.Om de concurrentie van het toenemende particuliere autobezit tegen te gaan, introduceert NS in 1934 voor het langeafstandsvervoer een serie dieselelektrische treinstellen. De dieseldrieën ogen zeer modern door hun gladde gestroomlijnde vormen en zilvergrijze kleurstelling. Het zijn de eerste treinstellen die bestaan uit een vaste samenstelling van rijtuigbakken. In het midden bevindt zich een motorrijtuig en aan beide uiteinden een kopbak. De stellen zijn bestemd voor snelle frequente diensten tussen de grote steden. Diezelfde periode gaat de elektrificatie van het zogenaamde Middennet van start waarna de dieseldrieen naar de langeafstandsverbindingen tussen de grote steden en Groningen en Twente verhuizen. Omdat de elektrificatie van deze baanvakken niet direct aan de orde is, bestelt NS voor het vervoer op deze verbindingen ook achttien dieselelektrische vijfwagentreinstellen. De luxe treinstellen zijn bovendien bestemd voor enkele internationale lijnen. Door de Tweede Wereldoorlog komen de zogenaamde dieselvijven echter niet in dienst.

DM'90-treinstellen 3444 en 3436 zijn op 6 mei 2017 bij Zenderen onderweg als sprinter van Zwolle naar Enschede. Een van de opvallendste museumstukken die tijdens het 175-jarig jubileum van de spoorwegen in Nederland in Amersfoort te zien is, is DE 3 treinstel 27. Het treinstel uit 1934 verlaat zelden het Spoorwegmuseum. Amersfoort, 17 oktober 2014. In de periode 1967-1974 rijden de Plan U treinstellen tussen Amsterdam en Enkhuizen. Een vertrekkende Plan U onder de noordelijke kap van het Centraal Station is hierbij een vertrouwd gezicht. Op 5 april 2014 vertrekt museumstel 115 onderweg tijdens een excursie langs onder andere het Spoorwegmuseum uit Amsterdam, richting Hoorn en Enkhuizen. De Zwolse werkplaats is lange tijd de belangrijkste uitvalsbasis voor het dieselmaterieel van NS. Op 4 augustus 2007 is een opvallend rijtje Nederlands dieselmaterieel te zien. Van links naar rechts de uit Canada teruggekeerde TEE-rijtuigen, daarnaast de terzijde gestelde Wadloper 3212 en daarnaast Plan X-museumtreinstel 186.

Zutphen is sinds de jaren '50 een belangrijk dieselbolwerk. Voordat de regionale vervoerders hier de exploitatie van de diesellijnen overnemen, zijn hier zowel Plan X- als Plan U-treinstellen te zien. In het voorjaar van 1997 staan een DE-2 treinstel naar Winterswijk en een Plan U-treinstel naar Enschede gereed voor vertrek.Na de oorlog herstelt NS zoveel mogelijk van het materieelpark. Tegelijkertijd start de elektrificatie van de belangrijkste verbindingen tussen de Randstad en Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland. Zo komen de dieseltreinstellen nog maar enkele jaren in actie op de verbindingen waarvoor ze bedoeld zijn. De laatste motorrijtuigen verdwijnen de eerste jaren na de oorlog van het Nederlandse spoorwegnet. De meeste onrendabele lokaallijnen zijn al voor de oorlog gesloten en op de overige lijnen rijden vaak weer stoomtreinen. In de wederopbouwperiode wil NS echter zo snel mogelijk van de stoomtractie af en wordt het materieelpark in snel tempo gemoderniseerd. Op de trajecten waar elektrificatie niet direct aan de orde is, vervangen moderne dieselelektrische motorrijtuigen en treinstellen van het type Plan X begin jaren '50 de laatste stoomtreinen. Eind jaren '50 is de elektrificatie van de belangrijkste lijnen van het Nederlandse spoorwegnet gereed en zijn de dieseldrieën uit 1934 aan vervanging toe. Voor de inzet op de drukste diesellijnen laat NS 42 driewagenstellen van het type Plan U bouwen. Het materieel is voorzien van de nieuwste technieken als automatische deuren en koersrollen.

DH 2 3228, op 20 april 1991 nog in de oorspronkelijke uitvoering, staat in Roodeschool gereed voor vertrek naar Groningen.Intussen bestellen NS en SBB voor het internationale treinverkeer vijf luxe TEE-treinstellen. Door de diverse bovenleidingspanningen van de verschillende landen zijn de moderne treinstellen de vanzelfsprekende oplossing de verouderde stoomtractie. Met de komst van meerstroomlocomotieven stopt de inzet van de 'dure' diesels echter alweer in 1974. Datzelfde jaar is de elektrificatie van de Noord-Hollandse diesellijnen gereed, zodat ook de laatste dieselvijven terzijde kunnen. Enkele jaren later wordt een deel van de Plan X-treinstellen gemoderniseerd. Voor de overige treinstellen en de motorrijtuigen zoekt NS een vervanger om op de noordelijke diesellijnen in te zetten. Om de exploitate van deze zogenaamde Noordelijke Nevenlijnen nog enigzins rendabel te houden, neemt NS begin jaren '80 31 dieselhydraulische tweewagenstellen en 19 motorrijtuigen in gebruik.

Terwijl treinstel 129 gereedstaat voor vertrek naar Nijmegen, staan de 139 en 146 op 1 augustus 1994 in Roermond te wachten op hun volgende inzet.Om de resterende dieseltreinstellen uit de jaren '50 en '60 in één keer te vervangen, bestelt NS in 1993 53 tweewagenstellen van het type DM'90. De nieuwe treinstellen verschijnen eind jaren '90 op een groot deel van de niet-geëlektrificeerde spoorlijnen. In de jaren hierna zijn deze trajecten openbaar aanbesteed en gaat de exploitatie naar andere vervoerders. Dit zorgt er ook voor dat alle Wadlopers en een deel van de vloot DM'90 naar andere vervoerders gaat. Ook enkele Plan U-treinstellen rijden nog voor een andere vervoerder. De eerste jaren na de eeuwwisseling bestellen de regionale vervoerders hun eigen materieel en gaan de laatste Plan U-treinstellen en Wadlopers terzijde. Rond 2012 gaat ook een groot deel van het DM'90 buiten dienst. Vanaf december dat jaar rijden de NS-treinstellen alleen nog tussen Zwolle en Enschede en tussen Zwolle en Kampen. Met de elektrificatie van beide trajecten en de overname van de exploitatie door Syntus komt in december 2017 ook aan deze inzet een eind en heeft NS geen dieseltreinstellen meer in dienst.

Op 14 oktober 2017 neemt de NVBS met twee DM'90-stellen afscheid van het laatste dieselmaterieel van NS. De afscheidsrit gaat hiervoor speciaal naar de niet-geëlektrificeerde museumlijn van de STAR. Lees meer over de excursie op NVBS.com