Eerste Staatsaanleg

Staatslijn A verbindt Arnhem en daarmee via de Rhijnspoorweg ook Amsterdam en Duitsland met Zwolle en Leeuwarden. Samen met staatslijnen B en C is hiermee een belangrijk deel van Noord-Nederland ontsloten. Het treinverkeer op de staatslijn wordt in 1890 na de overname van de NCS door de Staatsspoorwegen grotendeels opgesplitst. Treinen tussen steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam enerzijds en Zwolle, Groningen en Leeuwarden anderzijds, rijden voortaan via de Centraalspoorweg. Over het resterende deel van de staatslijn, ook bekend als de IJssellijn, rijden treinen van Zwolle naar Arnhem, Nijmegen en de zuidelijke provincies. Later concentreert de doorgaande treindienst over de IJssellijn zich alleen nog op Roosendaal. In december 2012 verhuist een deel van de treindiensten tussen Noord-Nederland naar de Randstad van de Centraalspoorweg naar de Hanzelijn.

In 1845 verschijnt het eerste plan voor een spoorlijn van Harlingen naar Bremen en Hamburg. Dat jaar vraagt North and Baltic Sea Railway een concessie aan voor de aanleg van de internationale verbinding tussen Engeland en het Koninkrijk Hannover. Door tegenwerking van Hannover gaan de plannen, net als latere vergelijkbare plannen, niet door. In het kader van de Eerste Staatsaanleg is enkele jaren later alsnog een spoorwegverbinding tussen de Harlingse havens en het Hannoverse achterland aangelegd. Door de aanleg van concurrerende spoorlijnen waardoor kortere vaarverbindingen mogelijk zijn, wordt het traject nooit van groot internationaal belang. Een doorgaande verbinding tussen Engeland en Duitsland via Harlingen komt dan ook nooit van de grond. De spoorlijn is in de normale dienstregeling in drie delen geknipt en zorgt vooral voor de ontsluiting van diverse plaatsen in Fryslân en Groningen en de verbinding met en tussen beide provinciehoofdsteden. Met wisselende frequenties is er ook rechtstreeks treinverkeer met Noord Duitsland. De treindienst wordt vanaf de eeuwwisseling uitgevoerd door NoordNed, dat later opgaat in Arriva.

Samen met Staatslijnen A en B zorgt Staatslijn C voor de aansluiting van de grote plaatsen in de noordelijke provincies op het Nederlandse spoorwegnet. De 77 kilometer lange spoorlijn tussen Meppel en Groningen is als één van de laatste trajecten uit de eerste staatsaanleg op 1 mei 1870 geopend. De exploitatie op het baanvak komt net als de andere staatslijnen in Noord-Nederland in handen van de Staatsspoorwegen. De dienstregeling op Staatslijn C is grotendeels verweven met die op Staatslijn A tussen Zwolle en Leeuwarden. Sinds jaar en dag zijn beide trajecten onderdeel van de sneltrein- en later intercityverbindingen tussen de noordelijke provincies en de grote steden in de Randstad. In 1952 zijn beide trajecten geëlektrificeerd.

Bij de ontwikkeling van de eerste Staatsaanleg is Staatslijn D bedoeld als verbindende schakel tussen Zutphen, waar de lijn aansluit op Staatslijn A, Twente en het Duitse achterland. Nog voordat het eerste deel van de Staatslijn gereed is, opent de Spoorweg-Maatschappij Almelo-Salzbergen de spoorlijn Almelo - Salzbergen welke Almelo en Hengelo via Oldenzaal met de hoofdlijn naar Hannover verbindt. Staatslijn D buigt in Hengelo af naar Enschede. Tien jaar na de opening van de spoorlijn wordt ook het gedeelte van Glanerbeek naar Gronau in gebruik genomen. Het internationale treinverkeer rijdt dan al grotendeels via Oldenzaal. De lijn naar Gronau is vooral van belang voor het goederenvervoer. Bij het samengaan van de spoorwegmaatschappijen kent alleen het traject Hengelo - Enschede nog relatief veel reizigersvervoer. Het baanvak is in 1914 verdubbeld en in 1951 geëlektrificeerd. Het traject Enschede - Gronau is begin jaren '80 gesloten en in 2001 weer heropend. Sindsdien vindt hier voor het eerst sinds de aanleg van de spoorlijn frequent reizigersvervoer plaats.

Staatslijn E is de verbinding tussen Breda, Tilburg, Eindhoven, Venlo en Maastricht en sluit bovendien op verschillende plaatsen aan op bestaande verbindingen met België en Duitsland. In Breda is de lijn gekoppeld aan de staatslijn naar Rotterdam. In Boxtel sluit de verbinding aan op Staatslijn H naar 's-Hertogenbosch en Utrecht. De opening van de spoorlijn Eindhoven - Weert zorgt er in 1913 voor dat treinen tussen Noord- en Zuid-Nederland niet langer via Venlo hoeven omreiden. Het baanvak Breda - Venlo blijft echter een belangrijke schakel tussen West-Nederland en Zuid-Duitsland. Bovendien verbindt de lijn diverse Brabantse steden. Ook kent de lijn nog altijd veel goederenvervoer tussen de Rotterdamse haven en het Ruhrgebied. Het baanvak Venlo - Roermond vormt samen met de later aangelegde staatslijn Nijmegen - Venlo de regionale verbinding tussen Oost- en Zuid-Nederland. Het baanvak Roermond - Maastricht wordt voornamelijk gebruikt door de treinen tussen Amsterdam en Zuid-Limburg.

Staatslijn F verbindt Roosendaal met Bergen op Zoom en de Zeeuwse steden Goes, Middelburg en Vlissingen. Door de aanleg van de spoorlijn krijgen de eilanden Walcheren en Zuid Beveland een vast verbinding met de rest van Nederland. De spoorlijn is tussen 1863 en 1873 in etappes in gebruik genomen. In de eerste decennia is het traject een belangrijke internationale schakel tussen Londen en Berlijn. Wanneer na de Tweede Wereldoorlog de laatste veerdiensten met Engeland naar Hoek van Holland uitwijken, verdwijnt het internationale belang van de verbinding. Desondanks is de lijn in 1956 geëlektrificeerd en maakt de verbinding sinds Spoorslag '70 deel uit van het Nederlandse intercitynetwerk.

Vanwege het belang van de aansluiting tussen verschillende Pruisische industriesteden en de haven van Venlo ontstaan in de loop van de negentiende eeuw verschillende plannen voor spoorwegverbindingen tussen het Ruhrgebied en de Noord-Limburgse stad. Uiteindelijk is in 1863 de Actien-Gesellschaft der Preussisch-Niederländische Verbindungsbahn opgericht. De spoorwegmaatschappij legt zowel vanuit Viersen als vanuit Kempen spoorlijnen naar de Nederlandse grens aan. De twee verbindingen komen bij Kaldenkirchen samen en gaan van hieruit als twee enkelsporige lijnen naar Venlo. Het drie kilometer lange Nederlandse deel van het traject is als Staatslijn G onderdeel van de eerste aanleg van spoorwegen door de Staat.

De eerste staatsaanleg van spoorwegen in Nederland zorgt ervoor dat de verschillende steden en bestaande spoorlijnen op elkaar worden aangesloten. Een belangrijke verbinding vormt Staatslijn H. De spoorlijn tussen Utrecht, 's-Hertogenbosch en Boxtel kruist de verschillende grote rivieren en is zo vanaf 1870 de eerste spoorwegverbinding tussen noordelijke- en het zuidelijke spoorwegnet. In de jaren '30 groeit de Staatslijn uit tot de belangrijkste verbinding tussen Amsterdam en Zuid-Nederland. In 1938 is de Staatslijn als onderdeel van het zogenaamde Middennet elektrisch berijdbaar. Eind jaren '90 wordt het traject Utrecht - Geldermalsen onderdeel van het project Randstadspoor. Als gevolg daarvan komen er extra haltes en wordt het baanvak Utrecht - Houten viersporig gemaakt.

De staatsaanleg van spoorwegen zorgt voor een aantal belangrijke bruggen over de grote rivieren en maakt hiermee diverse aansluitingen tussen de grote steden in het westen van het land en bestaande internationale spoorwegverbindingen ten zuiden van de rivieren mogelijk. De spoorlijn Breda - Rotterdam kruist met grote bruggen het Hollandsch Diep, de Oude en de Nieuwe Maas. Door de bouw van de bruggen en een imposant viaduct door de Rotterdamse binnenstad duurt het nog tot 1877 voordat de Staatsspoorwegen de gehele verbinding in gebruik nemen. De Staatslijn is lange tijd de belangrijkste schakel tussen de Randstad, de zuidelijke provincies, België en Zuidelijk Duitsland. De opening van de Betuweroute zorgt voor een nieuwe route van het goederenvervoer tussen Rotterdam en het Duitse achterland en reizigers krijgen in 2011 via de Hogesnelheidslijn Zuid een snellere verbinding naar Breda en België

De staatslijn tussen Amsterdam en Nieuwe Diep (het latere Den Helder) is in etappes van noord naar zuid geopend. De aanleg van het Noordzeekanaal en het gedeeltelijk inpolderen van het IJ diezelfde periode, zorgt ervoor dat de spoorlijn in eerste instantie slechts tot Zaandam is aangelegd. In december 1865 is het baanvak Nieuwe Diep - Alkmaar gereed. Het traject Alkmaar - Uitgeest volgt in mei 1867. Omdat dan al duidelijk is dat de HSM de exploitatie op de staatslijn toegewezen krijgt, legt de spoorwegmaatschappij gelijktijdig de spoorlijn Haarlem - Uitgeest aan. In 1867 start de HSM met de treindienst tussen Amsterdam en Nieuwe Diep. Ondertussen is de staatslijn in november 1869 verlengd tot Zaandam. Het duurt nog tot mei 1878 voordat de Hembrug over het Noordzeekanaal gereed is en Zaandam en Amsterdam per spoor verbonden zijn. Vooral tussen Amsterdam en Alkmaar is de verbinding van groot belang voor het forensenvervoer. In 1931 wordt dit deel van de staatslijn dan ook geëlektrificeerd. Het traject Alkmaar - Den Helder volgt in 1958. In 1983 is de Hembrug vervangen door een tunnel en verhoogt NS de frequentie van de treindiensten boven het Noordzeekanaal.