Buitenland

Even ten zuiden van Nederland bevindt zich het vervallen spoorwegemplacement van het Belgische Raeren. Het voormalige grensstation ligt onder andere aan de zogenaamde Vennbahn. Als spoorlijn vormt het tot de Eerste Wereldoorlog de belangrijkste verbinding tussen Aken en Luxemburg. Bijna 100 jaar later is het de naam van een bekende fietsroute dat een groot deel van het tracé volgt. Het emplacement is na het staken van het treinverkeer vrijwel onaangeroerd blijven liggen. Behalve het stationsgebouw, seinhuizen, rails en seinpalen is ook nog rollend materieel aanwezig. Onder het materieel bevinden zich drie voormalige NS-locomotieven uit de serie 2400.

In de eerste decennia van de aanleg van spoorwegen in Europa kijken investeerders met spoorwegmaatschappijen naar interessante nationale en internationale verbindingen. Hierbij vormt de concurrentiepositie een belangrijke factor. Zo is tussen Nederland en Duitsland een groot aantal spoorlijnen aangelegd om zo het snelste en goedkoopste alternatief tussen steden als Londen, Parijs en Berlijn te kunnen bieden. Ook voor het goederenvervoer tussen het Ruhrgebied en Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen zijn de verbindingen van groot belang. Vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw krijgen de landelijke overheden steeds meer grip op de aanleg van spoorlijnen en nemen ze steeds meer particuliere bedrijven over. Een deel van de spoorlijnen is hierdoor al snel overbodig. Ook de opkomst van andere vervoermiddelen en economische omstandigheden zorgen voor de sluiting van een groot aantal verbindingen. In Duitsland liggen nog enkele opvallende herinneringen aan voormalige spoorwegverbindingen met Nederland.