Overige bouwwerken

Vijf jaar nadat de verbinding tussen Zwolle en Stadskanaal gereed is, krijgt Coevorden in 1910 via de Bentheimer Eisenbahn ook een verbinding met Duitsland. Datzelfde jaar laten de Staatsspoorwegen die de Nederlandse lokaallijn exploiteren een goederen- en douaneloods op het uitgebreide emplacement bouwen. Jarenlang wordt het gebouw zowel door Van Gend en Loos als de Bentheimer Eisenbahn gebruikt. Nadat Van Gend en Loos het goederenvervoer per spoor naar Coevorden heeft gestaakt en de douanefaciliteiten niet langer nodig zijn, gebruikt de Bentheimer Eisenbahn het gebouw nog als kantoor. Nadat de BE naar een eigen kantoor op het nabijgelegen industrieterrein verhuist, blijft het gebouw leeg achter.

In 1868 zetten de Staatsspoorwegen langs Staatslijn H tussen Utrecht en 's-Hertogenbosch in Culemborg een locomotiefloods neer. De zogenaamde éénstandige locloods staat naast het station en is bedoeld om onderdak te bieden aan de locomotief die de zwaardere goederentreinen het hoge talud van de Lekbrug kan opduwen. In de jaren '20 staken de spoorwegen het gebruik van de loods en wordt de spooraansluiting opgebroken. In 1936 neemt 'Meubelfabriek Gelderland' intrek in de loods. Achter de voormalige locloods komt een fabriekshal met karakteristieke zadeldaken. Na ruim zestig jaar verlaat het bedrijf het oude complex waarna het leeg komt te staan. In 2013 is stichting De Gelderland opgericht om het complex te renoveren en een nieuwe bestemming te geven.

In 1877 laten de Staatsspoorwegen bij het grensstation Nieuwe Schans een polygonale locomotiefloods met draaischijf bouwen. De loods heeft twaalf compartimenten en biedt stallingsruimte aan acht grote locomotieven, een werkplaats en een smederij. In de twee buitentste compartimenten zijn een kantoor- en schaftruimte ingericht. Het gebouw doet tot 1935 dienst als stalling en werkplaats voor locomotieven. Hierna zijn de draaischijf en de meeste rails verwijderd en gebruikt de GADO de loods van 1948 tot 1980 als busremise. Van 1984 tot 1998 is het gebouw opslagplaats voor graan en oud papier. Hiervoor zijn de laatste rails verwijderd en krijgt de loods een betonvloer. Het gebouw is begin 21e eeuw opgeknapt en sinds 2004 verhuurd aan diverse ondernemingen.

In juni 2011 wordt de Hanzeboog in gebruik genomen. De nieuwe brug over de IJssel tussen Hattem en Zwolle vervangt de oude spoorbrug. De oude brug met brugdelen uit de jaren '30 en '40 rust op de oorspronkelijke pijlers uit 1864 en is in september 2011 gesloopt. Ook de meeste pijlers zijn hierbij verwijderd. Zowel aan de Hattemse zijde als aan de Zwolse zijde is een aandenken aan de oude brug te vinden.

Vanaf eind jaren '20 tot 1960 ontwerpt architect Sybold van Ravesteyn een groot aantal gebouwen langs het Nederlandse spoorwegnet. De diverse stationsgebouwen, kantoren en seinhuizen komen in Utrecht en plaatsen ten zuiden daarvan. Uiteindelijk blijven maar weinig bouwwerken van de architect bewaard. Eén van de behouden gebouwen is het seinhuis op station Maastricht uit begin jaren '30. Het gebouw is vanaf 1985 niet meer in gebruik maar is datzelfde jaar nog benoemd tot Rijksmonument. De karakteristieke Post T is in 2003 volledig gerestaureerd.

Spoorzone013 beslaat het 75 hectare grote gebied aan de noordzijde van het Tilburgse station. Hier bevindt zich van 1868 tot 2011 de Werkplaats van Nedtrain en haar voorgangers. Een groot deel van het complex blijft na de sluiting bewaard en krijgt een nieuwe bestemming in de spoorzone. Daarnaast komt er ook nieuwbouw op het terrein. Het opgebroken rangeerterrein ten westen van het station is ook in de spoorzone opgenomen. Dit gebied wordt ingericht als stadspark.

Om ter hoogte van Maarn ruimte te maken voor de Rhijnspoorweg maakt de NRS in de jaren '40 van de negentiende eeuw een brede ingraving in de Utrechtse Heuvelrug. Deze ingraving vormt het startsein voor de zandwinning in het gebied ten zuiden van de stoplaats. In 1901 komt op het vrijgekomen terrein een omvangrijk rangeerterrein dat in de loop der jaren steeds verder is uitgebreid. In 1932 is het terrein alweer gesloten. De Zanderij blijft hierna nog zestig jaar in gebruik. De laatste decennia is vooral in de diepte gegraven en ontstaat een grote zandwinplas. In 1993 sluit de Zanderij en is het gebied langzaam omgevormd tot natuurgebied. De vele zwerfstenen die in loop der tijd zijn gevonden, hebben een belangrijk rol op het terrein. De restanten van de twee draaischijven van het rangeerterrein zijn aanwezig als herinnering aan de cultuurhistorische geschiendenis van het gebied.