Stationsgebouwen

Wanneer de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij in 1843 de spoorlijn Amsterdam - Utrecht in gebruik neemt, komt ook in Abcoude een eenvoudige halte. Zoals gebruikelijk bij de NRS doet de plaatselijke directiekeet dienst als stationsgebouw. Net als in verschillende andere plaatsen langs de Rhijnspoorweg is de omgebouwde keet na een aantal jaar vervangen door een echt stationsgebouw. De NRS neemt het definitieve stationsgebouw van Abcoude in 1871 in gebruik. Het gebouw wijkt sterk af van de eerder gebouwde stations van de spoorwegmaatschappij. Het rechthoekige ontwerp bestaat over de gehele breedte uit twee verdiepingen. Terwijl op de begane grond ruimte is voor de stationsactiviteiten zijn op de bovenverdieping drie woningen ondergebracht. Zowel de stationschef, de stationswachter als de brugwachter wonen in het gebouw.

De Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij opent in 1863 het eerste station van Amersfoort. Het station ligt aan de Centraalspoorweg tussen Utrecht en Kampen. Vanaf 1874 maakt ook de HSM gebruik van het station. De spoorwegmaatschappij opent dat jaar tussen Amsterdam en Amersfoort de zogenaamde Oosterspoorweg. Twee jaar later verlengt de HSM de verbinding naar Apeldoorn en Zutphen. Het stationsgebouw is tegelijkertijd flink uitgebreid. In 1884 komt de Staatslijn tussen Amersfoort en Kesteren gereed. De nieuwe verbinding sluit in Amersfoort niet aan op de bestaande verbindingen en de Staatsspoorwegen bouwen in de stad dan ook een eigen station.

In de tijd dat diverse spoorwegmaatschappijen elkaar beconcurreren met de aanleg van spoorlijnen, bouwt de Utrechtse Locaalspoorweg-Maatschappij in Baarn schuin tegenover het bestaande stationsgebouw van de HSM aan de Oosterspoorweg een nieuw stationsgebouw. Het gebouw is het eindpunt van de spoorlijn Den Dolder - Baarn. De verbinding en het stationsgebouw worden in juni 1898 in gebruik genomen. Terwijl de verschillende spoorwegmaatschappijen de daaropvolgende decennia steeds meer met elkaar samenwerken en uiteindelijk de Nederlandse Spoorwegen vormen, duurt het nog tot 1939 voordat de lokaallijn uit Den Dolder wordt aangesloten op het Oosterspoor. De treinen uit Utrecht rijden echter nog tot 1948 van en naar het Buurtstation.

In 1908 neemt de ZHESM met de Hofpleinlijn de eerste geëlektrificeerde spoorlijn van Nederland in gebruik. De beide kopstations van de lijn tussen Rotterdam en Scheveningen hebben een opvallende vormgeving en zijn rijkversierd. Ook de stations- en haltegebouwen langs de spoorlijn zijn fraai gedetailleerd uitgevoerd. Uiteindelijk zijn alleen de voormalige stationsgebouwen Wittenburg-Pompstation en Berkel en Rodenrijs bewaard gebleven. De ZHESM neemt laatstgenoemd station tegelijkertijd met de opening van de Hofpleinlijn onder de naam Rodenrijs in gebruik. De spoorwegmaatschappij gebruikt voor het stationsgebouw hetzelfde standaardontwerp als bij de stations Nootdorp-Veenweg, Pijnacker en Berkel.

In 1885 opent de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij aan de spoorlijn Winterswijk - Zevenaar in Doetinchem twee stations. Naast het hoofdstation aan de stadszijde komt aan de overkant van de Oude IJssel de halte Doetinchem-Wijnbergen. Hoewel beide stations hemelsbreed maar enkele honderden meters uit elkaar liggen, is de afstand over de weg door het beperkte aantal bruggen over de rivier aanzienlijk groter. Doetinchem-Wijnbergen is in eerste instantie voorzien van een eenvoudig houten haltegebouw. In de jaren '20 is het emplacement vergroot en het haltegebouw vervangen door een groter exemplaar.

In 1866 introduceren de Staatsspoorwegen nieuwe standaardontwerpen voor de zogenaamde Waterstaatstations van de types vierde en vijfde klasse. De gebouwen verrijzen voornamelijk langs de Staatslijnen H en I. Ook Houten krijgt een stationsgebouw van het nieuwe type vijfde klasse. Het eenvoudige lage gebouw heeft een dienstwoning en de standaard stationsvoorzieningen. Het station wordt bij de opening van het baanvak Utrecht - Waardenburg in 1868 in gebruik genomen. Langs de spoorlijn krijgen ook Schalkwijk, Culemborg, Geldermalsen en Waardenburg een stationsgebouw van hetzelfde type. NS sluit het station bij de versnelling van de treindienst op het Middennet in 1935.

Tijdens de laatste grote aanlegperiode van spoorlijnen door de Staat kiest de overheid vaak voor grotere en meer uitbundige stationsgebouwen dan tijdens de eerste staatsaanleg zo'n twintig jaar eerder. De Staatsspoorwegen kiezen bovendien veel minder voor standaardontwerpen maar voor variatie van verschillende regelmatig terugkerende elementen. Ook zijn de meeste gebouwen niet langer symmetrisch en veel rijker versierd dan hun voorgangers. Een goed voorbeeld is het bewaarde stationsgebouw van Kwadijk aan de spoorlijn Zaandam - Enkhuizen. Het stationsgebouw is in mei 1884, samen met de bijpassende goederenloods die enkele tientallen meters verderop staat, in gebruik genomen.

Als onderdeel van de eerste staatsaanleg nemen de Staatsspoorwegen in 1865 het baanvak Zutphen - Hengelo van Staatslijn D in gebruik. Tussen beide steden zijn vijf waterstaatstations gebouwd. De drie stations van het type vierde klasse komen in Lochem, Goor en Delden. De twee stations van het type vijfde klasse in Laren en Markelo. Alle stationsgebouwen tussen Zutphen en Hengelo blijven bewaard. Laren-Almen en Markelo zijn echter respectievelijk in 1938 en 1953 gesloten.

Wanneer de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij in maart 1845 het baanvak Driebergen - Veenendaal van de Rhijnspoorweg in gebruik neemt, komt ook in Maarn een eenvoudige stopplaats. Bij de halte staat een zeer klein stenen wachthokje met puntdak. In 1895 is het gebouwtje vergroot. Aan beide zijden komen identieke gebouwtjes die groter zijn dan het bestaande hokje. Doordat Maarn dankzij de spoorlijn, de nabijgelegen zandafgraving en het omvangrijke rangeerterrein steeds verder uitbreidt, krijgt het dorp in 1909 een geheel nieuw stationsgebouw. Het lage asymmetrische gebouw heeft naast enkele ruimtes voor de stationsdienst ook een dienstwoning. De ingang aan het stationspleintje wordt geaccentueerd met een puntgevel. De woning bevindt zich aan de rechterzijde van het gebouw en staat haaks op de rest van het gebouw.

In 1865 nemen de Staatsspoorwegen het traject Zutphen - Hengelo van Staatslijn D in gebruik. Tussen beide steden zijn vijf waterstaatstations gebouwd. De drie stations van het type vierde klasse komen in Lochem, Goor en Delden. De twee stations van het type vijfde klasse staan in Laren en Markelo. Opvallend genoeg blijven alle stationsgebouwen bewaard. NS sluit het station Laren-Almen even voor de Tweede Wereldoorlog. Markelo verdwijnt in de zomer van 1953 uit het Spoorboekje.