Diesellocomotieven

Door de toenemende concurrentie van het snelle en goedkope vrachtvervoer over de weg is NS in de jaren twintig genoodzaakt om een alternatief voor het trage en omslachtige goederenvervoer per spoor te zoeken. Na de bouw van enkele proeflocs, neemt NS in de periode 1930-1932 vijftig locomotoren met benzinemotoren in gebruik. De locjes worden op diverse kleinere stations geparkeerd voor lichte rangeerwerkzaamheden. Na de komst van de sterkere diesel-elektrische locomotoren in de daaropvolgende jaren, neemt het belang van de 'Oersikken' alweer snel af. In 1938 gaat het eerste exemplaar alweer buiten dienst. Ook tijdens de oorlog verdwijnen diverse locomotoren. Tussen 1945 en 1948 gaan de laatste exemplaren terzijde. Een aantal locs is verkocht aan particulieren en blijft langer in gebruik. Hierdoor zijn zes oersikken bewaard gebleven.