Rijtuigen

De invoering van de OV-jaarkaart voor studenten en personeel van Defensie zorgt begin jaren '90 voor sterk stijgende reizigersaantallen. Om deze groei op korte termijn op te vangen, is op basis van het bestaande Dubbeldeksmaterieel het nieuwe Dubbeldeks Aggloregiomaterieel ontwikkeld. In eerste instantie zorgen locomotieven voor de trectie. In 1996 volgen 50 motorrijtuigen. Een deel van de rijtuigen blijft echter in combinatie met locomotieven rijden. In 2010 start de grondige modernisering van het grootste deel van de rijtuigen, die hierbij worden omgebouwd tot intercitymaterieel. In maart 2012 neemt NS de eerste gemoderniseerde treinstammen in gebruik. De laatste niet-gemoderniseerde rijtuigen gaan december 2019 terzijde.

De eerste generatie dubbeldeksmaterieel van NS is begin jaren '80 ontwikkeld om in de spits, gecombineerd met elektrische locomotieven uit de serie 1600 als treinstammen in te zetten. Ze vervangen hiermee vanaf 1985 voornamelijk het oude elektrische stroomlijnmaterieel en getrokken rijtuigen die tot dan de diverse spitstreinen rijden. Tussen 1984 en 1986 bouwt Talbot in Aachen 75 dubbeldeksrijtuigen. In eerste instantie bestaan de treinstammen uit zeven rijtuigen. In de jaren '90 zijn de treinstammen ingekort en zijn diverse rijtuigen in de intercitydienst tussen de Randstad en Limburg ingezet. Voor diezelfde verbinding is een aantal rijtuigen verbouwd tot fietsrijtuigen. Ook zijn overbodige stuurstandrijtuigen op het traject ingezet. Vanaf 2006 rijden de rijtuigen alleen nog in dubbeldeksstammen. In september 2010 gaan alle rijtuigen terzijde. In 2011 en 2012 is het materieel echter tijdelijk weer in dienst. Vanaf eind 2011 verzorgen locomotieven uit de serie 1700 voor de tractie. Begin 2015 maakt NS bekend dat 44 rijtuigen worden opgeknapt en als elf vierwagenstammen weer in dienst komen.

Ter vervanging van de rijtuigen van de types Plan EK en N en voor de uitbreiding van het materieelpark bestelt NS eind jaren '70 nieuwe intercityrijtuigen. De rijtuigen zijn gebaseerd op de middenbakken van het Intercitymaterieel. Voor de treindienst tussen Amsterdam en Brussel bouwt Talbot een aparte serie rijtuigen. Terwijl de normale rijtuigen een geel-blauwe kleurstelling krijgen, hebben de Benelux-rijtuigen een geel-rode kleurstelling. Deze rijtuigen rijden samen met een Belgische locomotieven uit de serie 1180 in trek-duwstammen. In de loop der jaren zijn diverse normale IC-rijtuigen en Beneluxrijtuigen uitgewisseld. Tussen 2000 en 2006 zijn vrijwel alle intercityrijtuigen grondig gemoderniseerd. Voor het rijden van binnenlandse trek-duwtreinen zijn 32 rijtuigen omgebouwd tot stuurstandrijtuig. De stuurstandrijtuigen voor de Beneluxdienst vallen buiten de revisie en zijn in 2010 terzijde gesteld. Voor de treindiensten van NS Hispeed krijgt vanaf 2007 een groot deel van de rijtuigen een wit-roze kleurstelling en een nieuw interieur. Vanaf 2014 worden alle rijtuigen opnieuw gereviseerd en geschikt gemaakt voor de inzet op de HSL en in de Beneluxdienst. De wit-roze kleurstelling verdwijnt weer van de rijtuigen. Bovendien verdwijnen de rijtuigen uit de overige treindiensten.

Werkspoor bouwt eind jaren '60 vijftig rijtuigen van het type Plan W. De rijtuigen zijn afgeleid van de Duitse 'Silberlingen' en kennen alleen tweede klasse. Twintig rijtuigen zijn in 1974 geschikt gemaakt voor de dienst in trek-duwtreinen tussen Amsterdam en Brussel. De rijtuigen krijgen gele deuren en een brede gele band over de zijwanden. In 1981 zijn ook de overgebleven rijtuigen Plan W1 geschikt gemaakt voor de Beneluxdienst. De rijtuigen Plan W2 krijgen vanaf dat jaar de geel-blauwe intercitybeschildering. Met de komst van de nieuwe IC-rijtuigen in de Beneluxdienst keren de Plan W1-rijtuigen terug in de binnenlandse dienst. Hierbij krijgen ze eveneens de geel-blauwe beschildering. In 2003 verdwijnt het laatste Plan W-rijtuig uit de reizigersdienst. Drie exemplaren zijn bewaard voor museale doeleinden.

Voor de inzet in doorgaande internationale treinen naar Scandinavië, Oostenrijk en Italië en vakantietreinen als de 'Bergland Expres', laat NS eind jaren 50 voor het eerst couchetterijtuigen bouwen. De rijtuigen van het type Plan N krijgen de nummers B 7001-7025. Begin jaren '70 verdwijnen de rijtuigen alweer uit het doorgaande internationale treinverkeer en zijn ze omgebouwd tot 'normale tweede klasse rijtuigen. De voormalige couchetterijtuigen rijden hierna voornamelijk met de Plan K-rijtuigen tussen Rotterdam (later Den Haag) en Keulen. Na de komst van de eerste Intercityrijtuigen in 1981, gaan de rijtuigen buiten dienst. Net als een aantal Plan K-rijtuigen worden elf Plan N rijtuigen kort na de buitendienststelling gereviseerd. De rijtuigen vangen tot 1984 een deel van het materieeltekort op. Hierna zijn alle rijtuigen gesloopt. 

Halverwege de jaren '50 bestelt NS een nieuwe reeks rijtuigen voor het internationale vervoer. De rijtuigen van het type Plan K zijn min of meer afgeleid van de vooroorlogse bolkoprijtuigen en komen in 1957 en 1958 in dienst. Met de komst van de eerste Intercityrijtuigen gaan ze in 1981 alweer terzijde. Een groot materieeltekort bij NS zorgt ervoor dat een groot aantal rijtuigen het jaar daarop is gereactiveerd en vervolgens nog tot 1984 dienst doet. Een aantal rijtuigen krijgt een museale toekomst.

Om de laatste houten rijtuigen te vervangen, bestelt NS begin jaren '50 196 stalen rijtuigen van het type Plan E. Voor het vervoer van post zijn later nog dertien gelijksoortige rijtuigen van het type Plan L gebouwd. De modern ogende rijtuigen zijn uitsluitend geschikt voor het binnenlandse vervoer. Wanneer serie in 1956 geheel afgeleverd is, gaan de laatste houten rijtuigen buiten dienst en is NS het eerste spoorwegbedrijf in West-Europa dat reizigers uitsluitend met stalen rijtuigen vervoert. In 1972 is een aantal rijtuigen geschikt gemaakt voor het rijden in trek-duwtreinen met diesellocomotieven uit de serie 2200. In 1988 verdwijnen de laatste rijtuigen uit de reizigersdienst. Vier rijtuigen met bagageafdeling en vier voormalige postrijtuigen rijden nog tot 2004 als fietsrijtuig en krijgen hiervoor zelfs de geel-blauwe intercitykleurstelling.

Voor het rijden van D-treinen bestelt NS zeventig rijtuigen van het type Plan D. De bestelling bestaat uit twintig rijtuigen met zowel eerste als tweede klasse, veertig rijtuigen met alleen derde klasse en tien bagagerijtuigen met restauratie-afdeling. De rijtuigen zijn qua uiterlijk en contstructie vrijwel gelijk aan de vooroorlogse bolkoprijtuigen. De rijtuigen zijn echter voorzien van enkele moderne toepassingen en in de nieuwe turkooize kleurstelling geschilderd. De reizigersafdelingen van de AB- en C-rijtuigen zijn ondergebracht in coupés. Hierbij is zowel in de AB- als in de C-rijtuigen één coupé minder toegepast als in de vooroorlogse rijtuigen. Waardoor de nieuwe rijtuigen comfortabeler dan hun voorgangers zijn.

In 1911 start de samenwerking van de laatste vier Nederlandse spoorwegmaatschappijen HSM, SS, NCS en NBDS. Zes jaar later wordt de belangengemeenschap Nederlandsche Spoorwegen opgericht, wat later uitmondt in de oprichting van NS. De samenwerking zorgt voor een uitgebreid plan voor de elektrificatie van de hoofdlijnen en de bouw van een gestandaardiseerd materieelpark van stalen rijtuigen. Verschillende fabrikanten bouwen begin jaren '20 de eerste proefrijtuigen. Tien jaar later is een groot deel van de oude houten rijtuigen vervangen door moderne stalen exemplaren. De meeste stalen rijtuigen gaan voor 1970 buiten dienst. De laatste bagagewagens houden het, vaak als dienstwagen, nog tot 2000 vol.

Het Nederlandse spoorvervoer kent verschillende perdiodes met materieeltekorten. In afwachting op de levering van nieuw materieel houdt NS regelmatig oud materieel langer in dienst. Daarnaast huurt of koopt de vervoerder regelmatig rijtuigen van buitenlandse spoorwegmaatschappijen. Getrokken rijtuigen zijn relatief eenvoudig aan te passen aan de dienst op het Nederlandse spoorwegnet en kunnen hierdoor snel voor een tijdelijke oplossing voor het tekort zorgen. Hieronder een overzicht van buitenlandse rijtuigen die voor langere tijd beeldbepalend zijn geweest in de binnenlandse treindienst.