Laatste maanden voor eerste generatie Sprinters

In de jaren '70 bedoeld als speciaal Randstadmaterieel voor het opkomende voorstadsvervoer. Later in diverse vormen opnieuw als modern voorstadsvervoer verbouwd tot 'sta-trein'. En tenslotte het eerste materieel dat de Sprinter als nieuwe merknaam van NS een gezicht geeft. Inmiddels al ruimschoots de veertig gepasseerd en het laatste sprintermaterieel zonder gelijkvloerse instap. Na enkele schadestellen gaan de eerste Sprinters van de eerste generatie vanaf december 2019 planmatig terzijde. Als alles volgens plan verloopt gaan de laatste treinstellen in het voorjaar van 2021 buiten dienst.

Op 6 mei 2017 staat SGM-treinstel 2954 op het keerspoor in Wijchen gereed om als sprinter naar Zutphen te vertrekken.Met de snelle opkomst van de personen- en vrachtauto's en de sluiting van de Limburgse mijnen verandert NS in de loop van de jaren '60 van een toonaangevende vervoerder in een verliesgevend en ouderwets bedrijf. In 1967 wordt besloten het spoorwegbedrijf met de plannen Spoorslag '70 en Spoor naar '75 weer een eigentijds gezicht te geven en in te spelen op de wensen van de moderne treinreiziger. Met Spoorslag '70 introduceert NS een compleet vernieuwde dienstregeling met een consequent onderscheid tussen het nieuwe Intercitynetwerk en de stoptreinen die de overige stations verbinden met deze '40 steden tempotrein'. Op veel plekken wordt de treindienst versneld en de frequentie verhoogd. Nog voor het ingaan van de nieuwe dienstregeling introduceert NS de frisse gele huisstijl en het nog altijd bestaande logo.

 Het allereerste SGM-treinstel, de 2001, in CityPendel-uitvoering staat op 18 augustus 2007 in Haarlem gereed voor vertrek naar Zandvoort aan Zee.Met Spoor naar '75 worden plannen voor de langere termijn gemaakt. In de plannen wordt vooral gekeken naar het ruimtelijke beleid van de overheid. Zo worden deze periode in en rond de Randstad grote uitbreidingswijken en verschillende satelietsteden ontwikkeld. Op plekken waar deze woonkernen aan het spoor liggen, opent NS nieuwe voorstadshaltes. Bovendien worden, naast de Schiphollijn, ook compleet nieuwe spoorlijnen en voor treinverkeer geschikte metrolijnen bedacht om de nieuwe woonkernen te ontsluiten. Voor deze nieuwe voorstadslijnen en de bestaande lijnen rond Amsterdam, Rotterdam en Den Haag geeft NS al in 1967 aan het stoptreinnet om te vormen tot regionaal metrobedrijf met speciaal 'Randstadmaterieel'. Het nieuwe materieel kan zowel op de nieuw aan te leggen metrolijnen als op het normale spoorwegnet rijden. Het plan Spoor naar '75 omschrijft de Randstadtreinen als 'snelle treinen voor de middellange afstand, maar op het stadsnet en in de metrotunnels nauwelijks te onderscheiden van de metrotreinen. Daarnaast komt er afgeleid materieel dat enkel op het normale spoorwegnet zal rijden'.

SGM treinstel 2846 staat op 2 mei 1995 in de originele kleurstelling in Baarn gereed voor vertrek naar Utrecht.In het begin van de jaren '70 is het ontwerp van het Plan Y-materieel gereed. Het Stadsgewestelijk Materieel, dat niet bestemd is voor de langere afstanden, moet vooral snel kunnen aanzetten. Hiervoor krijgen de stellen het dubbele aantal tractiemotoren en een aangepaste overbrengingsverhouding waardoor de maximale snelheid slechts 125 km/u is. Ook krijgen de treinstellen als eerste NS-materieel geen dienstruimte voor de HC, geen aparte bagageruimte, geen toiletten en geen overgang tussen de rijtuigbakken. De gedachte hierachter is dat reizigers slechts korte tijd gebruikmaken van de trein. Opvallend genoeg krijgen de stellen wel een eerste klasse-afdeling. Omdat de verschillende voorzieningen bij de proefserie van 15 stellen toch gemist worden, krijgen de vervolgseries wel een toilet en doorloopmogelijkheid tussen de rijtuigbakken.

Van de NS-plannen voor hogere frequenties en uitbreidingen van het lijnennet om zo congestie van het wegennet te voorkomen, komt uiteindelijk weinig terecht. Terwijl er honderden nieuwe treinstellen zijn voorzien, bouwt Talbot in Aachen uiteindelijk 90 exemplaren. Pas in de jaren '90 worden weer grote investeringen in het openbaar vervoer gedaan om de vervoersproblematiek in en rond de grote steden op te lossen. Het SGM is dan al te gedateerd voor een vervolgbestelling. NS kijkt dan ook naar nieuw energiezuinig materieel voor de spinterdiensten. Het duurt echter tot ver in de 21e eeuw tot de vervoerder weer in grote getale sprintermaterieel bestelt.

Op 20 september 2015 vertrekt SGM-treinstel 2940 als sprinter van 's-Hertogenbosch naar Eindhoven uit Eindhoven Beukenlaan. Op 26 maart 2017 vertrekt SGM-treinstel 2981 als sprinter naar Rotterdam Centraal uit Hoek van Holland Haven. Op 14 april 2018 is de verbouwing van station Driebergen-Zeist in volle gang. Die dag maakt SGM-tweetje 2136 als sprinter van Rhenen naar Breukelen een korte tussenstop onder de tijdelijke luchtbrug over het stationsgebied. In 2016 is het Randstadmaterieel zelfs in Zuid-Limburg actief. Zo rijdt treinstel 2954 op 6 augustus dat jaar als sprinter van Sittard naar Heerlen bij Geleen Oost.
Op 4 juni 2016 rijdt SGM-treinstel 2992 als sprinter van Rotterdam naar Hoek van Holland over de bovenleidingloze brug bij Maassluis. Op 13 april 2014 rijden SGM-treinstellen 2974 en 2984, onderweg als sprinter van Haarlem naar Roosendaal langs de bollenvelden bij Hillegom. SGM-treinstellen 2979 en 2118 rijden op 7 april 2019 even ten oosten van Driehuis als sprinter van Hoorn naar Amsterdam Centraal. Op 18 juli 2015 staat SGM-treinstel 2956 in Hoek van Holland Strand klaar voor vertrek naar Rotterdam Centraal.

De Sprinterkop uit 1973 in Wereld 2 van het Spoorwegmuseum op 16 juli 2016.In 1970 begint het ontwerpproces van het Randstadmaterieel. Hierbij passeren onder andere een cabine met doorloopkop en dubbeldeksmaterieel de tekentafel. Uiteindelijk presenteert Talbot in 1973 een houten prototype van de kop van het nieuwe materieel. In het model wordt in samenwerking met machinisten de ruime cabine met strakke efficiënte stuurtafel ontwikkeld. Later verhuist de Sprinterkop naar Het Spoorwegmuseum. Hier staat het in eerste instantie als statisch object met echte cabine op een stukje spoor, omgeven door een perron. Later is de kop ingericht als simulator.

Hoewel de Hofpleinlijn vanaf eind jaren '90 alleen door CityPendels bereden hoort te worden, vertrekt op 24 juli 1998 driewagenstel 2882 als stoptrein van Den Haag Centraal naar Rotterdam Hofplein uit Pijnacker. Links is het inmiddels gesloopte stationsgebouw te zien.In maart 1975 levert Talbot het eerste exemplaar van het Stadsgewestelijk Materieel. Ook de overige 14 stellen van de proefserie volgen dat jaar. NS zet de treinstellen in een proefbedrijf tussen Rotterdam en Hoek van Holland in. Datzelfde jaar bestelt NS een vervolgserie van 60 tweewagenstellen. Nu mét toilet en doorloopmogelijkheid tussen beide rijtuigbakken. De eerste 15 stellen van de tweede serie krijgen voor de eenmansbediening op de Zoetermeerse stadslijn en de Hofpleinlijn klapspiegels aan de rechterbuitenzijde van de cabine. De treinstellen krijgen enkele jaren na de introductie de officiele bijnaam 'Sprinter'. De naam wordt naast het NS-logo op de zijwanden aangebracht.

Na de 75 tweewagenstellen bestelt NS begin jaren '80 nog 15 driewagenstellen. Ook zijn de 2036-2080 van een tussenrijtuig voorzien. Door het uitblijven van de nieuwe voorstadslijnen, is het SGM nu vooral voor versterking van de stoptreindiensten op andere baanvakken bestemd. De driedelige Sprinters rijden de eerste jaren vooral in de Randstad en in de Noord-Hollandse stoptreindiensten. Later schuiven de stellen door naar de Flevolijn en de Zeeuwse Lijn. Ook rijden de stellen rond Utrecht en in de Brabantse stoptreindiensten.

CityPendels 2006 en 2010 rijden op 17 januari 1997 de Zoetermeerse Stadslijn 'linksom'. Op de achtergrond de Nelson Mandelabrug die de halte Driemanspolder waar de stellen zijn gestopt met het station Zoetermeer aan de lijn Gouda - Den Haag Centraal verbindt.In 1993 deklasseert NS de eerste klasse afdelingen van de tweewagenstellen. Deze stellen rijden vrijwel uitsluitend op de Zoetermeerse Stadslijn en de Hofpleinlijn. Twee stellen verhuizen in 1994 naar de nieuwe spitsverbinding tussen Rotterdam en Vlaardingen. Voor deze metro-achtige treindienst, waarbij de treinen alleen in de drukste richting overal stoppen, maakt de helft van de banken plaats voor klapzittingen tegen de zijwand. Ook verdwijnen de wanden en klapzittingen van de balkons om deze ruimer te maken. In de volksmond en de media krijgen de stellen al snel de negatieve bijnaam 'sta-trein'. Vanaf de zomer van 1995 verbouwt NS opnieuw twee tweewagenstellen. Nu als Strandpendel voor de dienst tussen Haarlem en Zandvoort. Ook in deze stellen is extra ruimte gecreëerd door het weghalen van een aantal banken. Later dat jaar begint ook de verbouwing van vijf tweewagenstellen tot Citypendel, bestemd om meer reizigers naar de Hofpleinlijn te trekken. Omdat de stellen ook buiten de spits worden ingezet, blijven ook nu meer vaste banken gehandhaafd dan bij de Spitspendels. Op de balkons is wel meer ruimte gecreëerd. Van buiten zijn de stellen geheel geel en ook het interieur krijgt een nieuwe kleurstelling. Tussen 1996 en 1999 zijn alle tweedelige treinstellen tot Citypendel verbouwd. Bij de 2021-2035 is hierbij het toilet verwijderd.

E-loc 1613 brengt de Sprintertweetjes 2024 en 2026 voor renovatie van Leidschendam naar Bad Bentheim. Colmschate, 04 april 2008.Na de verbouwing van de tweewagenstellen besluit NS de driewagenstellen te reviseren. Hierbij is niet alleen het interieur maar ook de buitenzijde drastisch gewijzigd. De stellen krijgen van binnen onder andere nieuwe vloeren, plafonds en banken. De tussenwanden zijn in glas uitgevoerd. Andere toepassingen zijn lichtkranten en een automatische halteafroep. In de middenbakken van de driewagenstellen is aan beide zijden een extra buitendeur geplaatst. Daarnaast sluiten de buitendeuren voortaan na enige tijd automatisch. De buitenzijde is voorzien van een nieuwe kleurstelling waar, naast het bekende NS-geel, vooral plaats is voor grijs en blauw. Op elke rijtuigbak verschijnt in grote letters de naam Sprinter. Hiermee wordt ditmaal niet het materieeltype maar het nieuwe stoptreinconcept van NS weergegeven. De diensten waar de stellen verschijnen, heten op de vertrekstaten en treinaanwijzers niet langer stoptrein maar Sprinter. De verbouwde driewagenstellen komen tussen 2003 en 2006 in dienst.

Op 5 mei 2016 kruisen SGM-treinstellen 2950, onderweg naar Hoorn, en 2975, onderweg naar Amsterdam, elkaar in Obdam.Het plan is om de tweewagenstellen na het sluiten van de Zoetermeerlijn en de Hofpleinlijn in juni 2006 terzijde te stellen. Door een dreigend materieeltekort en de behoefte aan meer materieel door een nieuwe opzet van de dienstregeling per 2007 besluit NS ook alle tweewagenstellen laat renoveren. De dertig stellen zijn tussen 2007 en 2009 verbouwd en vrijwel gelijk aan de driewagenstellen. Hierbij keert bovendien de eerste klasse afdeling terug. Een toilet wordt echter niet ingebouwd.

Diezelfde periode verschuift het inzetgebied van het SGM door de komst van het nieuwe SLT-materieel van de Randstad naar Sprinterdiensten in het oosten en zuiden van het land. Hierbij rijden de stellen zelfs enige tijd de sprinterdiensten in Zuid-Limburg. In hun nadagen verschijnt het Stadsgewestelijke materieel voor het eerst in de noordelijke sprinterdiensten. Vanaf september 2019 rijden enkele stellen planmatig tussen Zwolle en Groningen en tussen Meppel en Leeuwarden. Een maand later komen de Sandite-stellen in deze diensten te rijden. In voorgaande jaren rijden de stellen hier ook al met de gladheidsbestrijdende gel, maar dan zonder reizigers. Hiermee is het speciale Randstadmaterieel uiteindelijk op het complete NS-net ingezet.

Op 7 mei 2018 rijden SGM-treinstellen 2140 en 2134 als sprinter van Zutphen naar Wijchen even ten noorden van Elst. Op 23 juli 2018 zijn tweewagenstellen 2122 en 2140 bij Teuge onderweg als sprinter van Apeldoorn naar Almelo.  In verband met de Van Dam tot Dam-loop rijden op 18 september 2016 extra lange treinen rond Amsterdam. Die dag staan SGM-stellen 2980, 2982 en 2136 in Amersfoort gereed als sprinter naar Hoofddorp.  SMG-treinstellen 2969 en 2936 rijden op 28 juni 2014 als sprinter van Hilversum naar Utrecht Centraal Hollandsche Rading binnen.

 Sprinterstellen 2135 en 2993 rijden op 26 juli 2015 onderweg van Rotterdam Centraal naar Uitgeest langs de voormalige aansluiting op de Hofpleinlijn bij Hillegersberg.In 2016 en begin 2017 raakt een aantal SGM-treinstellen door brandstichting beschadigd. Terwijl enkele treinstellen zijn hersteld, gaan voor het eerst ook drie treinstellen van het type terzijde. Vanaf de tweede helft van 2017 krijgt een deel van de driewagenstellen een levensduurverlengende opknapbeurt. Hiermee moeten de stellen samen met de later gereviseerde tweewagenstellen nog tot ongeveer 2021 in dienst kunnen blijven.

Op 5 mei 2020 rijdt SGM-treinstel 2943 bij Leuvenheim als sprinter van Zutphen naar Wijchen. De oude sprinterstellen zijn nog tot december 2020 in de sprinterdienst op de IJssellijn te zien.Door de instroom van de nieuwe SNG-treinstellen gaan de SGM-treinstellen tussen eind 2019 en het voorjaar van 2021 definitief terzijde. De eerste 15 SGM-treinstellen gaan vanaf begin december 2019 geleidelijk buiten dienst. De stellen dienen voornamelijk als plukstel voor de overige treinstellen. Het plan is om evenredig met de komst van de nieuwe SNG-treinstellen elke twee maanden een aantal oude sprinters uit dienst te halen. Door de coronacrisis lopen de bouw en later de afnameproefritten van het nieuwe materieel echter een flinke achterstand op en gaan in 2020 uiteindelijk maar weinig SGM-treinstellen terzijde. Terwijl de achterstanden met de aflevering van het SNG-materieel in het najaar is ingelopen, duurt het nog tot het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2021 tot de oude sprinters die in de loop van 2020 terzijde zouden gaan, daadwerkelijk buiten dienst gaan.

Vanaf het ingaan van de nieuwe dienstregeling rijden de resterende SGM-treinstellen planmatig alleen nog een deel van de sprinterdienst tussen Amsterdam, Haarlem en Zandvoort/Hoorn, tussen Apeldoorn en Twente en tussen Den Haag en Dordrecht. Als alles volgens plan verloopt, zijn de allerlaatste stellen vanaf februari 2021 alleen nog in laatstgenoemde sprinterdienst te zien.

In april 2020 wordt bekend dat treinstel 2133 in de collectie van het Spoorwegmuseum is opgenomen. Het tweewagenstel is door ruimtegebrek op de Watergraafsmeer vanaf augustus dat jaar in het museum te zien.