Laatste ronde voor het Stadsgewestelijk Materieel

Halverwege de jaren '70 presenteert NS in de regio Rotterdam Den Haag het nieuwe Stadsgewestelijk Materieel. Het speciale Randstadmaterieel is ontwikkeld om naast het normale spoornet ook op toekomstige metrolijnen te gaan rijden. Uiteindelijk is de Zoetermeerse Stadslijn de enige speciale voorstadslijn en zwermen de sprinters uit over de stoptreindiensten in de Randstad en omliggende regio's. Na de eeuwwisseling sluiten de Zoetermeerlijn en de Hofpleinlijn en neemt NS nieuw sprintermaterieel in gebruik. De diensten van de oude sprinters verschuiven hierna steeds verder naar het oosten en zuiden van het land. Vanaf begin 2021 zijn de laatste stellen planmatig alleen nog tussen Den Haag en Dordrecht te zien, de regio waar het in 1975 allemaal begint. In september 2021 waaieren de laatste treinstellen voor de laatste drie maanden nog eenmaal over verschillende trajecten uit.

Op 14 april 2018 is de verbouwing van station Driebergen-Zeist in volle gang. Die dag maakt SGM-tweetje 2136 als sprinter van Rhenen naar Breukelen een korte tussenstop onder de tijdelijke luchtbrug over het stationsgebied.Eind 1972 bestelt NS bij Talbot in Aachen vijftien treinstellen van de het type Plan Y. Het nieuwe Stadsgewestelijk Materieel is in eerste instantie bestemd voor de nieuw te openen Zoetermeerlijn en de te ontwikkelen railverbinding tussen Utrecht en Nieuwegein. Twee stedelijke trajecten met veel haltes en snelle rijtijden. Ook op andere plekken in de Randstad worden plannen voor metro-achtige voorstadsverbindingen ontwikkeld. Het bijbehordende Randstadmaterieel moet hierbij zowel op het conventionele spoor als op de metrolijnen gaan rijden. De proefserie SGM 0 komt in 1975 in dienst. Tussen 1978 en 1980 bouwt Talbot nog eens 60 treinstellen. Inmiddels is besloten de lijn Utrecht - Nieuwegein uit te voeren als sneltramlijn. De bestemming Nieuwegein op de koersrollen van de vijftien proefstellen vormt nog lange tijd een herinnering aan de eerdere plannen.

Na de introductie op de Hoekse Lijn, gaan de sprinterstellen op de Hofpleinlijn, de Zoetermeerse Stadslijn en op de Oude Lijn tussen Den Haag en Rotterdam rijden. Van de ambitieuze plannen voor hogere frequenties en uitbreiding van het lijnennet in stedelijke regio's om zo congestie van het wegennet te voorkomen, komt uiteindelijk weinig terecht. Ook de honderden voorziene treinstellen zijn uiteindelijk niet gebouwd. Door de toename van het reizigersvervoer en de afvoer van oud materieel besluit NS begin jaren '80 nog wel om 45 treinstellen met een extra rijtuig te verlengen en 15 extra driewagenstellen te laten bouwen.

Met de uitbreiding van het aantal treinstellen verspreidt het Stadsgewestelijk Materieel zich in de loop van de jaren '80 ook naar de andere stoptreindiensten in Noord- en Zuid-Holland en later ook op de Flevolijn. Met de komst van het nieuwe dubbeldeksmaterieel in de drukkere stoptreinverbindingen in de Randstad en Flevoland, verschuift de inzet van het SGM voor een deel naar Noord-Brabant, de Zeeuwse Lijn, de stoptreindiensten rond Utrecht en de in 1992 geëlektrificeerde verbinding Dordrecht - Geldermalsen.

In plaats van de geplande betonnen stadsjungle, is het SGM na de eeuwwisseling voornamelijk actief in het buitengebied. Zo passeert treinstel 2972 op 29 oktober 2017 onderweg van Zutphen naar Wijchen de Veluwezoom bij Ellecom.Pas in de jaren '90 worden weer grote investeringen in het openbaar vervoer gedaan om de vervoersproblematiek in en rond de grote steden op te lossen. Het SGM is dan al te gedateerd voor een vervolgbestelling. NS kijkt dan ook naar nieuw energiezuinig materieel voor de spinterdiensten. Het duurt echter tot ver in de 21e eeuw tot de vervoerder weer in grote getale sprintermaterieel bestelt. De oude sprinters zijn in de tussentijd gemoderniseerd om zo nog een aantal jaar mee te kunnen.

Hoewel het de bedoeling is de tweewagenstellen na de sluiting van de Hofpleinlijn en de Zoetermeerse Stadslijn voor de ombouw tot sneltramlijn uit dienst te halen, zijn alle 90 treinstellen tussen 2003 en 2009 in Denemarken gereviseerd. Diezelfde periode zorgt de komst van het nieuwe SLT-materieel ervoor dat het Stadsgewestelijk Materieel van de Randstad naar sprinterdiensten in het oosten en zuiden van het land verhuist. Vanaf 2008 rijden ze onder andere in de stoptreindienst tussen Zutphen en Nijmegen en tussen Arnhem en Ede-Wageningen. De daaropvolgende jaren volgen onder andere de stoptreinverbindingen tussen Apeldoorn en Enschede, tussen Nijmegen en 's-Hertogenbosch en in Zuid-Limburg.

Het SGM is ondanks het steeds verder uitwaaieren van het inzetgebied door de jaren heen ook altijd in de Randstad actief gebleven. Zo rijden srinterstellen 2135 en 2993 op 26 juli 2015 onderweg van Rotterdam Centraal naar Uitgeest langs de voormalige aansluiting op de Hofpleinlijn bij Hillegersberg. Op 19 april 2020 rijdt SGM-treinstel 2960 als sprinter van Almelo naar Apeldoorn door de groene omgeving van de Sallandse Heuvelrug bij Holten. In 2016 is het Randstadmaterieel zelfs in Zuid-Limburg actief. Zo rijdt treinstel 2954 op 6 augustus dat jaar als sprinter van Sittard naar Heerlen bij Geleen Oost. In de tweede week van februari keren enkele oude sprinters terug naar het oosten. De 2138 houdt het het langste vol. Zo staat het treinstel op 10 februari 2021 in Twello gereed voor vertrek als sprinter naar Almelo. Links staat opvolger SNG 2345 als sprinter naar Apeldoorn.

Het SGM heeft van 1975 tot 2017 vrijwel alleenheerschappij op de Hoekse Lijn. Op 19 juli 2015 staat SGM-treinstel 2956 in Hoek van Holland Strand klaar voor vertrek naar Rotterdam Centraal.Bij het ingaan van de dienstregeling 2017 verhuist een groot deel van het SGM opnieuw naar een ander inzetgebied. Zo nemen de stellen de sprinterdiensten tussen Haarlem en Den Haag, tussen Rotterdam en Gouda Goverwelle, tussen Den Haag en Dordrecht en tussen Dordrecht en Roosendaal over van het SLT-materieel dat elders nodig is. Door de overname van de exploitatie door Arriva verdwijnt het SGM tegelijkertijd weer uit Zuid-Limburg. Op 1 april 2017 staakt NS de treindienst op de lijn waar het eerste SGM komt te rijden, de Hoekse Lijn. De spoorlijn is hierna omgebouwd tot metrolijn.

SGM-treinstel 2133 staat op 20 juni 2021 alweer bijna een jaar op dezelfde plek in het Spoorwegmuseum.In hun nadagen verschijnt het Stadsgewestelijke materieel voor het eerst in de noordelijke sprinterdiensten, waarmee ze dus uiteindelijk op het complete geëlektrificeerde NS-net zijn ingezet. Vanaf september 2019 rijden enkele stellen planmatig tussen Zwolle en Groningen en tussen Meppel en Leeuwarden. Een maand later komen de speciale Sandite-stellen in deze diensten te rijden. In voorgaande jaren rijden de treinstellen hier ook al met de gladheidsbestrijdende gel, maar dan zonder reizigers. Begin 2020 verdwijnen de stellen weer uit het noorden. In april dat jaar verdwijnen ze ook uit de sprinterdiensten naar Veenendaal en Rhenen.

Door de instroom van de nieuwe SNG-treinstellen gaat een groot aantal SGM-treinstellen tussen eind 2019 en het voorjaar van 2020 terzijde. In februari 2021 volgt opnieuw een aantal exemplaren. Een klein deel blijft hierna in de reizigersdienst actief in afwachting tot de terugkeer van de tijdelijk terzijde gestelde DDZ-treinstammen én om in het najaar nog eenmaal de Sandite-ritten te kunnen rijden. Treinstel 2133 is intussen toegewezen aan het Spoorwegmuseum en is vanaf eind augustus 2020 voor het eerst in het museum te zien. De 2134 gaat begin 2021 over naar ProRail Incidentenbestrijding. De andere terzijde gestelde treinstellen worden intussen in de loop van 2021 gesloopt.

Op 17 november 2018 zijn Sprinterstellen 2939 en 2141 even ten zuiden van Delft onderweg van Den Haag Centraal naar Dordrecht. De sprinterdienst tussen beide steden is in het voorjaar van 2021 de enige waarin de resterende treinstellen planmatig te zien zijn. Op 4 september 2021 rijdt SGM-treinstel 2143 ter hoogte van Soestdijk als sprinter van Baarn naar Utrecht Centraal. In de zomer van 2021 is het SGM weer planmatig in een aantal Noord-Hollandse sprinterdiensten te zien. Zo rijden treinstellen 2951 en 2992 op 8 augustus dat jaar als sprinter van Amsterdam Centraal naar Zandvoort aan Zee station Halfweg-Zwanendburg binnen. Op 5 mei 2020 rijdt SGM-treinstel 2943 bij Leuvenheim als sprinter van Zutphen naar Wijchen. De oude sprinterstellen zijn nog tot december 2020 in de sprinterdienst op de IJssellijn te zien.

Het koude winterweer in de tweede week van februari zorgt ervoor dat de stellen die op reserve staan alsnog weer veelvuldig ingezet worden. Hiermee keren de klassieke sprinters ook weer tijdelijk terug in het oosten van het land. Terwijl de meeste stellen maar een paar diensten nodig zijn, houdt tweewagenstel 2138 het dagenlang uit in de sprinterdienst tussen Apeldoorn en Twente. Op onderstaande foto is het treinstel op 11 februari 2021 als sprinter naar Apeldoorn onderweg bij Holten.Bij het ingaan van de dienstregeling 2021 rijden de laatste treinstellen planmatig alleen nog een deel van de sprinterdienst tussen Amsterdam, Haarlem en Zandvoort/Hoorn, tussen Apeldoorn en Twente en tussen Den Haag en Dordrecht. Vanaf februari 2021 zijn de laatste 27 stellen planmatig alleen nog in laatstgenoemde sprinterdienst te zien, in de regio waar het in 1975 allemaal begint. Hoewel het in eerste instantie de bedoeling is de laatste stellen, met uitzondering van de 'Sandite-stellen' in de loop van 2021 buiten dienst te stellen, houdt NS alle negen tweewagenstellen en achttien driewagenstellen nog tot december 2021 in dienst. Naast de inzet in genoemde sprinterdienst, staat een deel op reserve om bij gebrek aan ander materieel elders ingezet te kunnen worden. Naast diverse sprinterverbindingen in de Randstad, verschijnen de stellen ook regelmatig de Intercitydienst tussen Leiden en Utrecht. Ook duikt regelmatig een SGM-treinstel op in de sprinterdienst tussen Arnhem en Ede-Wageningen. Vanaf juli 2021 rijden de treinstellen opnieuw een deel van de sprinters tussen Amsterdam, Haarlem en Zandvoort/Hoorn om zo ander materieel vrij te maken voor de diensten van DDZ-treinstammen.

Begin september 2021 waaieren de treinstellen opnieuw over een groot deel van het land uit. Belangrijkste reden is de naderende herfst waarin de treinstellen nog eenmaal met hun Sandite-installatie verschillende bosrijke trajecten gaan berijden. De treinstellen gaan hierbij onder andere weer planmatig op de Veenendaallijn en tussen Utrecht en Baarn rijden. Ook keert het materieel terug tussen Apeldoorn en Twente. Eén Sandite-stel pendelt vanaf oktober zonder reizigers tussen Roosendaal en Vlissingen. Volgens plan gaan de laatste vertegenwoordigers van het eerste sprintermaterieel van NS drie maanden later definitief terzijde.

De inzet van de laatste treinstellen is te volgen via Treinposities.nl