Nadat het laatste Stadsgewestelijk Materieel eind 2021 buiten dienst gaat, vormen de Intercityrijtuigen en het Intercitymaterieel uit de jaren ’80 het oudste reizigersmaterieel van NS. De komst van de Intercity Nieuwe Generatie moet ervoor zorgen dat de rijtuigen en een groot deel van het ICM buiten dienst kunnen. Begin 2022 gaat het proef- en instructieprogramma van de ICNG bij NS van start en laat de ingebruikname van de eerste stellen niet lang meer op zich wachten. Twee jaar eerder gaan de eerste ICM-treinstellen bij NS terzijde. Na een pauze van bijna een jaar hervat NS in het voorjaar van 2022 de afvoer van de treinstellen. Opvallend genoeg niet met één van de oudere stellen, maar met de 4240 uit de laatste deelserie. Het stel is nog geen 29 jaar in dienst geweest.

Het Intercitymaterieel rijdt sinds halverwege de jaren ’80 samen met de getrokken Intercityrijtuigen een belangrijk deel van de Nederlandse intercitydiensten. In 1977 neemt NS zeven proeftreinstellen in gebruik. Van 1983 tot begin 1994 bouwt Talbot in Aachen 87 driewagenstellen van de types ICM 1 en 2 en 50 vierwagenstellen van de types ICM 3 en 4. Het Intercitymaterieel wordt gekenmerkt door de zogenaamde doorloopkop. Hierdoor is het voor het controlerend personeel, de minibar én reizigers mogelijk om tijdens de rit van het ene naar het andere treinstel te gaan. De zeven proefstellen gaan in 2003 terzijde. De overige treinstellen zijn tussen 2006 en 2011 gemoderniseerd. De doorloopkop en de deuren aan de voorzijde zijn hierbij verwijderd.

Ter vervanging van de Intercityrijtuigen en de eerste deelserie ICM-treinstellen bestelt NS in 2016 bij het Franse Alstom voor het eerst in bijna 25 jaar een nieuwe reeks enkeldeks Intercity-treinstellen. De treinstellen van het type Coradia Stream krijgen bij NS de naam Intercity Nieuwe Generatie. Het plan is dat de eerste treinstellen eind 2020 in dienst komen en de afvoer van het oude intercitymaterieel van start kan gaan. Ondanks dat de ingebruikname van de ICNG is uitgesteld, gaan in 2020 voor het eerst drie ICM-treinstellen van de vervolgseries buiten dienst. In februari 2020 botsen de 4021 en 4087 op elkaar en drie maanden later loopt de 4051 botsschade op. NS besluit de drie stellen niet te herstellen maar als onderdelenleverancier te gebruiken.

Ondanks de aanzienlijk afgenomen reizigersaantallen en de uitgedunde dienstregeling zet NS de afvoer van defect IC-materieel in 2021 niet door. Reden hiervoor is dat de complete serie DDZ-treinstammen aan de kant staat vanwege afwijkend rijgedrag. Uitzondering is treinstel 4024 waarvan de sBk in mei dat jaar botsschade oploopt. De mBFk is enkele maanden later in de 4034 geplaatst omdat de originele motorbak een storing heeft. De twee resterende bakken van de 4024 zijn in december 2021 gesloopt. Een maand eerder is het volledige treinstel 4051 al naar de sloop afgevoerd. De intensieve inzet en leeftijd van het ICM begint zich intussen steeds meer parten te spelen. Zo zijn in 2021 zo’n 25 treinstellen in Haarlem voor verschillende ‘ouderdomsverschijnselen’ behandeld. Meest voorkomend zijn corrosie en de slijtage aan de vloer rond de toiletten en de daar aanwezige kabelkokers.

Vanaf december 2021 keren de 49 DDZ-treinstammen geleidelijk terug op het spoor. Omdat NS verwacht dat de reizigersaantallen niet snel weer helemaal op het niveau van voor de coronapandemie komen, hervat de vervoerder in april 2022 de afvoer van de slechtste ICM-treinstellen. Dit is nog altijd een half jaar voordat de eerste ICNG-treinstellen in de reizigersdienst verschijnen. In tegenstelling tot eerdere plannen, gaan in de loop van 2022 treinstellen uit alle deelseries terzijde. In april 2022 is de 4240 uit de laatste deelserie als eerste aan de beurt. Het treinstel is dan nog net geen 29 jaar bij NS in dienst en bovendien in oktober 2011 het laatst gereviseerde treinstel. De 4240 is van 2005 tot 2011 één van de drie ICM-treinstellen met een Olympische bestickering. Vooralsnog dient het stel als onderdelenleverancier. Volgens berichtgeving in Op de Rails 2022-04 volgen de komende maanden de 4011, 4026, 4027, 4034, 4035, 4048, 4203, 4204, 4208, 4235, 4244, 4247 en 4249. Dit alles uiteraard onder voorbehoud.

Volgens plan zullen de laatste treinstellen uiteindelijk samen met het DDZ-materieel worden vervangen door nieuw te ontwikkelen intercitymaterieel.

Op 7 mei 2018 rijden ICM-treinstellen 4052, 4035 en 4085 als intercity van Zwolle naar Roosendaal halverwege Arnhem Zuid en Elst.

Omdat de proefstellen nog altijd flink afwijken van de vervolgseries en zo feitelijk een aparte materieelsoort vormen, besluit NS deze niet te laten renoveren. In 2003 gaan de stellen al na 26 jaar terzijde. In 2004 zijn de 4002, 4003, 4006 en de kopbakken van de 4007 gesloopt. De middenbak van de 4007 vervangt de in 2002 grotendeels uitgebrande AB-bak van treinstel 4044. De bak is hiervoor zoveel mogelijk gelijk gemaakt aan de rest van het treinstel. Treinstel 4044 komt in de zomer van 2004 weer in dienst. De drie overgebleven treinstellen zijn gebruikt als oefenobject. De 4001 staat op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem en de 4004 bij de Politieacademie in Ossendrecht. De kopbakken van de 4005 zijn in 2006 naar Utrecht overgebracht. De bakken zijn in 2009 en 2013 gesloopt. De middenbak van het stel staat tot mei 2017 in Amersfoort omdat het Spoorwegmuseum de bak in het museum wil plaatsen. Dat jaar ziet het museum hier van af en is de bak alsnog gesloopt.

Op de foto boven dit artikel het inmiddels terzijde gestelde treinstel 4240 in Olympische kleuren. Het treinstel is een groot deel van de relatief korte loopbaan in deze uitvoering te zien. Op de foto is de 4240 samen met de 4081 en 4070 onderweg van Enschede naar Den Haag Centraal. Amersfoort, 14 juni 2011.