Martijn van Vulpen

Al sinds de Middeleeuwen wordt in Limburg steen- en bruinkool gewonnen. De mijnen kennen eeuwenlang alleen een regionale afzetmarkt. De Domaniale Mijn bij Kerkrade groeit uit tot één van de belangrijkste mijnen in de regio en is in 1872 als eerste op het Nederlandse spoorwegnet aangesloten. Na de eeuwwisseling start de grootschalige ontginning van verschillende steenkoolvelden in Zuid-Limburg. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is Nederland aangewezen op de eigen kolenvoorraad en worden grote investeringen gedaan om de kolen over spoor en water naar de rest van het land te vervoeren. Tussen 1965 en 1974 zijn alle mijnen gesloten en verdwijnen de sporen van de Limburgse mijnbouwgeschiedenis in een rap tempo uit het landschap.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leggen de Duitsers een groot aantal spooraansluitingen aan. Ook zijn op verschillende stations emplacementen aangepast aan de eisen van de Wehrmacht en komen langs bestaande spoorlijnen nieuwe laad- en losplaatsen. In de eerste bezettingsjaren zijn vooral spoorwegen voor de Wehrmacht en de Luftwaffe aangelegd. Later volgen ook spoorlijnen naar de kampen in Vught en Westerbork. Na de bevrijding van Zuid-Nederland legt het Britse leger ten zuiden van Nijmegen twee tijdelijke spoorlijnen aan voor de invasie van het Duitse grondgebied.