Martijn van Vulpen

Default Image

Tijdens het 175-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland neemt de 162 als WD 70033 deel aan de Spoorparade in Amersfoort. Op 17 oktober 2014 staat de dieselloc met een sleep soortgenoten klaar om langs het publiek te rijden.
Stichting 162
Website: stichting162.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

In 1996 zorgt Stibans ervoor dat de 162 als representant van de NS-serie 161-165 bewaard blijft. De daaropvolgende jaren begint met behulp van verschillende bedrijven en enkele Nederlandse en Britse museumorganisaties het herstel van de loc. Hierbij dienen onder andere twee in Engeland verblijvende soortgenoten als onderdelenleverancier.

Bij het samengaan van Stibans en het Spoorwegmuseum in september 2009 dreigt de 162 niet in de collectie opgenomen te worden en is de aparte Stichting 162 opgericht. In het voorjaar van 2012 gaat de locomotief naar het depot van de SHM in Hoorn om verder gerestaureerd te worden. Aan het eind van het jaar maakt de loc in de zwarte uitvoering van het Britse War Department een eerste proefrit. De loc staat als WD 70033 van april tot september 2013 voor de tentoonstelling 'Sporen naar het front' in het Spoorwegmuseum. In februari 2014 is de restauratie van de locomotief afgerond en kan de loc op de verschillende museumlijnen worden ingezet. In eerste instantie rijdt de loc bij de SHM met uitstapjes naar het 175-jarig jubileum van de spoorwegen in Nederland in Amersfoort en verschillende evenementen rondom 70 jaar bevrijding.

In september 2015 is de locomotief in de werkplaats van de STAR in de groene NS-kleur geschilderd en weer van het NS-nummer 162 voorzien. In 2017 rijdt de 162 een aantal maanden bij de MBS en de STAR. Vanaf september 2018 heeft de Stichting 162 een definitief onderkomen bij de MBS.

Het buitenterrein van het Spoorwegmuseum met in het midden Mat.'46-treinstel 273. Links is onder andere de watertoren te zien en rechts staat bagagewagen NS 4088 met de permanente expositie 'Beladen Treinen'. Utrecht, 16 september 2018.
Het Spoorwegmuseum
Website: spoorwegmuseum.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

In 1910 spreken de directies van de verschillende spoorwegmaatschappijen voor het eerst over het oprichten van een museum. Diezelfde periode begint spoorwegambtenaar George Willem van Vloten met het verzamelen van documentatie, afbeeldingen en andere attributen met betrekking tot de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland. Voor het behoud van de collectie richten NS en Van Vloten in januari 1927 de Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum op. Op 1 december 1928 wordt in één van de inmiddels verdwenen NS-gebouwen in Utrecht het officiële Nederlandsch Spoorwegmuseum geopend. In 1935 verhuist het museum de collectie naar Hoofdgebouw I aan het Moreelsepark. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuist het Spoorwegmuseum naar de oostvleugel van het Rijksmuseum. In 1944 sluit het museum en na de oorlog wordt de collectie op het Amsterdamse Centraal Station opgeslagen.

Begin jaren '50 wijst president-directeur van NS F.Q. den Hollander het in 1939 gesloten Utrechtse Maliebaanstation als nieuwe locatie voor het museum aan. Na de verbouwing van het station wordt het museum op 5 november 1954 officieel in gebruik genomen. Naast de vooroorlogse collectie van documenten en dergelijke is er op het spoor langs het eerste perron nu ook ruimte om historisch spoorwegmaterieel te stallen. In de beginjaren zijn hier zeven stoomlocomotieven neergezet die hier bijna 50 jaar permanent blijven staan. Begin jaren '60 zijn de restanten van de oude stationskap vervangen door een nieuwe overkapping over het perron en het eerste spoor. Omdat de andere sporen nog in gebruik zijn voor het goederenvervoer zijn een jaar eerder op het voorterrein van het museum vier sporen aangelegd om de groeiende collectie rollend materieel tentoon te stellen.

Om ook dit historische materieel beter tegen de slechte weersomstandigheden te beschermen is in 1974 op het achterterrein een eilandperron aangelegd. Het perron en de twee sporen langs het perron krijgen een overkapping in dezelfde stijl als de kap boven spoor 1. De collectie van het voorplein verhuist hierna naar de achterzijde van het Maliebaanstation. Omdat de doorgaande sporen van de Oosterspoorlijn nog altijd in gebruik zijn voor het goederenvervoer zijn beide perrons verbonden door een loopbrug. Het stationsgebouw krijgt in 1975 de status van Rijksmonument.

Aan de vooravond van het 150-jarig bestaan de spoorwegen in Nederland is het museumgebouw een jaar lang grondig verbouwd. Hierbij is de inrichting compleet gemoderniseerd. Meest in het oog springend is de grote filmzaal in de stationshal. In beide zijvleugels is een extra verdieping ingericht die met een loopbrug door de stationshal met elkaar zijn verbonden. Het gebouw is zo ingericht dat een route ontstaat waarin de ontwikkeling van de spoorwegen in Nederland in chronologische volgorde kan worden gevolgd. Het achterterrein van het museum dat na het verdwijnen van het laatste goederenvervoer voornamelijk in gebruik is als opslagterrein wordt opgeruimd en ingericht als spoorlandschap. Op het terrein komen enkele gebouwen als een seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer en een overweghuisje uit Elst. Ook wordt zowel een normale- als een modelspoorlijn aangelegd waarover het publiek een rondje kan rijden. In juni 1989 is het vernieuwde museum weer in gebruik genomen. Omdat het grootste deel van de festiviteiten rondom 150 jaar spoor in en om de Utrechtse Jaarbeurshallen plaatsvinden, laat NS via Lunetten een pendeltrein tussen het Centraal Station en het museum rijden. In de jaren '90 is het achterterrein verder ingevuld met een goederenloods uit Nijverdal waarin onder andere een restaurant komt. Ook komt er een nieuw gebouw met daarin de multimedia-attractie Holland Rail Show.

Na de verbouwing van het museum na de eeuwwisseling staan de historische stoomlocomotieven niet langer langs het eerste perron en is er naast de Koninklijke trein regelmatig ander materieel te zien. Zo staat op 5 april 2014 Plan U-museumstel 114 langs het perron. De collectie van het museum begint steeds geler te worden. Zo is plan V-treinstel 876 al sinds januari 2011 eigendom van het museum. Sinds 2016 is het stel weer rijvaardig en twee jaar later krijgt het stel nog een schilderbeurt vanwege het 50-jarig bestaan van de NS-huisstijl. Op 19 januari 2020 staat het treinstel buiten op het museumterrein. Motorrijtuig 41 is vanaf de zomer van 2016 volgens het Spoorwegmuseum één van de iconen van de Nederlandse spoorweggeschiedenis en krijgt hierdoor min of meer deze vaste plek in het museum. De Blauwe Engel is echter nog regelmatig op het Nederlandse spoor te zien. Utrecht, 16 juli 2016. Sinds 2016 staat E-loc 1201 van de Stichting KLOK semi-permanent in de grote hal van het Spoorwegmuseum. Op de foto de loc en enkele oude rijtuigen op 16 juli 2016.

In 2015 is de voormalige woning van de stationschef van Bilthoven uit 1901 op het terrein van het Spoorwegmuseum herbouwd. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de originele onderdelen. Utrecht, 16 juli 2016.In september 2003 sluit het museum wederom voor een grote verbouwing. Hierbij is het complete stationsgebouw opnieuw helemaal leeggehaald, deze keer om het gebouw zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Het station krijgt hierbij zoveel mogelijk de oorspronkelijke inrichting van een statige stationshal, verschillende wachtkamers, stationsrestauratie en bestelgoederenafdeling terug. Ook de Koninklijke wachtkamer uit het in 1973 gesloopte station Den Haag SS krijgt een plek in het gebouw. Het stationsgebouw krijgt de opvallende roze kleur die het ook bij de opening in 1874 heeft. Ook het achterterrein wordt vrijwel compleet opnieuw ingericht. Hierbij verdwijnen de opstelling van het spoorwegmaterieel uit de jaren '70 en het spoorlandschap uit de jaren '80. Op het vrijgekomen terrein komt een groot nieuw museumgebouw met het industriële karakter van een 19e-eeuwse spoorwerkplaats. Het nieuwe gebouw biedt niet alleen onderdak aan een groot deel van de materieelcollectie maar ook aan verschillende attracties. Ook de Nijverdalse goederenloods komt binnen de muren van het museumgebouw te staan. Op het buitenterrein liggen nog diverse sporen en komen onder andere een draaischijf en een watertoren. Het museum is zo ingericht dat de bezoeker via vijf verschillende 'Werelden' een reis door de geschiedenis maakt. De nadruk ligt voortaan meer op het vermaak van het grote publiek met de collectie als onderdeel van het decor. In juni 2005 is het compleet vernieuwde Spoorwegmuseum weer geopend voor publiek.

Het materieel dat in Blerick is opgeborgen of hier wordt gerestaureerd is doorgaans niet voor het publiek te zien. Op 25 mei 2019 is een deel van de Wagenwerkplaats echter geopend en zijn museumlocs 1202 en 629 te zien.Het Spoorwegmuseum beschikt inmiddels over een uitgebreide collectie van ruim 120 stuks rollend materieel. De afgelopen decennia heeft het museum al een deel van de collectie afgestoten. Zo is het grootste deel van de tramrijtuigen van de hand gedaan en is een deel van het spoorwegmaterieel in bruikleen bij museumspoorlijnen. Een deel van de museumcollectie is opgeslagen in de Wagenwerkplaats Blerick. Het materieel wordt hier niet alleen opgeslagen maar ook opgeknapt en onderhouden. Er vinden regelmatig uitwisselingen tussen 'Utrecht' en 'Blerick' plaats. Ook in het museum wordt het materieel regelmatig verplaatst. Daarnaast is regelmatig materieel van andere musea en verenigingen uit binnen- en buitenland in het Spoorwegmuseum te zien.

Een deel van het museummaterieel is rijvaardig en wordt af en toe gebruikt voor bijzondere ritten. Zo rijdt van 2007 tot 2015 bijna maandelijks de Heimwee Express via verschillende routes een korte rit vanuit het museum. Het onderhoud aan het dienstvaardige materieel van het museum vindt naast de museumwerkplaats in Blerick ook in de reguliere onderhoudsbedrijven van NS plaats.

Museummaterieel op pad

In 2018 is in museumstel 876 een tentoonstelling over 50 jaar NS-huisstijl te zien. Voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling rijdt het fris gespoten stel nog eenmaal over de lijn waar de eerste gele treinstellen rijden. Op 26 mei 2018 komt de 876 vanuit het Spoorwegmuseum op Utrecht Centraal aan voor de retourrit naar Leiden. Op 18 oktober 2014 pendelt Plan U-treinstel 114 ter gelegenheid van het 175-jarig jubileum van de spoorwegen in Nederland tussen Amersfoort en Leusden. Op de foto staat het treinstel in Amersfoort gereed voor de tweede rit over de Kersenlijn die dag. Ook na het staken van de Heimwee Expres is het rijvaardige materieel van het museum regelmatig op pad. Zo is DE 1-motorrijtuig op 22 augustus 2017 bij Diepenveen onderweg naar Almelo waar het enkele weken als decorstuk bij een toneelvoorstelling op het emplacement zal dienen. Op 11 januari 2015 mag de 386 nog de befaamde Heimwee Expres rijden. Onderweg van Amersfoort naar het Spoorwegmuseum nadert het treinstel Bilthoven.
Op 28 december 2019 pendelt de Kameel met leden van de NVBS met enkele zogenaamde oliebollenritten tussen de emplacementen Crailoo en de PON in Leusden. Op de foto maakt motorrijtuig 20 onderweg naar Crailoo een tussenstop in Amersfoort. Om het rijvaardige materieel in conditie te houden, maken ze regelmatig een langere rit door het land. Op 30 augustus 2020 maken Materieel '46-treinstel 273 en Materieel '54-treinstel 386 een conditierit door het westen van het land. Op de foto het duo tijdens het kopmaken op Amsterdam Centraal. De 386 is die maand voor het eerst sinds 2016 weer buiten het museum te zien. De collectie van het Spoorwegmuseum wordt niet alleen binnen het museum regelmatig verplaatst, maar er vinden ook regelmatig uitwisselingen met het opgeborgen materieel in de Blerickse wagenwerkplaats en ritten naar de onderhoudsbedrijven plaats. Op 17 mei 2014 vindt een grote verhuizing van museummaterieel tussen het Spoorwegmuseum, het Amsterdamse onderhoudsbedrijf Zaanstraat en de loods in Blerick plaats. Die dag brengt museumloc 1202 Motorpost 3031 vanuit het Spoorwegmuseum via Amersfoort naar de Zaanstraat. In het transport rijden ook fietsrijtuig 50 84 92-37 007-9, Pec P8502, Materieel '54 treinstel 386 en Materieel '46 treinstel 273 mee om later die dag door de 1312 naar Blerick te worden gebracht. Op 22 juni 2019 pendelt Plan U-treinstel 114 van het museum met bezoekers tussen het station van Tilburg en de open dag bij het NS Componentenbedrijf in Berkel-Enschot.
Default Image

De neus van één van de stuurstandrijtuigen in ONR-kleuren in Zwolle op 7 juli 2006. 
Nederlands Transport Museum
Website: nederlandstransportmuseum.nl

Het Nederlands Transport Museum opent na een aanloop van enkele jaren in april 2018 als pop-up museum in de voormalige Bolsfabriek in Nieuw-Vennep. De uiteindelijke locatie van het museum is het nieuw aan te leggen MuseumPark21 tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. De Stichting Nederlands Transport Museum is een samenwerkingsverband van 11 stichtingen die actief zijn binnen de sector mobiel erfgoed. Naast verschillende kleine voertuigen bezit het museum ook vliegtuigen, een Amsterdams metrostel en het laatste exemplaar van de eerste generatie Utrechtse sneltrams. In 2021 schaft het museum de eerste trein aan.

Begin januari 2021 neemt het museum de vijf TEE-rijtuigen van de Stichting TEE Nederland over. Deze stichting is in 2004 opgericht om een Nederlands-Zwitsers TEE-treinstel in oude staat te herstellen. De TEE-treinstellen rijden tot 1974 onder andere tussen Amsterdam en Zürich. In 1977 gaan de stellen naar de Canadese Ontario Northland Railway. Twee jaar later zijn de oorspronkelijke motorrijtuigen vervangen door locomotieven. De passagiersrijtuigen rijden nog tot halverwege de jaren '90 voor de ONR. In 1998 haalt de Vereniging TEE Classics twee stuurstandrijtuigen en drie tussenrijtuigen terug naar Europa. Het plan is de rijtuigen na een opknapbeurt in het toeristenverkeer in te zetten. Na een verblijf in de haven van Hamburg zijn ze in Heilbronn ondergebracht. Eén stuurstandrijtuig is uiterlijk opgeknapt en staat enige tijd in het Verkehrshaus in Luzern. In 2006 verwerft de Stichting TEE Nederland het vijftal en haalt ze naar Nederland. De rijtuigen staan in eerste instantie in Zwolle. Hier krijgen nog enkele rijtuigen (gedeeltelijk) de oude kleurstelling. In 2009 verhuizen de vijf rijtuigen naar de Amsterdamse Dijksgracht, waar ze ruim tien jaar staan te wachten op verder herstel en de bouw van een motorwagen. Voor de eventuele reconstructie hiervan neemt de Stichting TEE de motoren van een Plan U-treinstel over. Deze zijn in januari 2021 door het NTM naar Nieuw-Vennep overgebracht.