Martijn van Vulpen

Default Image

 
STIBANS
Website: Stibans.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

De STIchting tot Behoud van Af te voeren Nederlands Spoorwegmaterieel is in 1979 opgericht om verschillende types afgevoerd en af te voeren spoorwegmaterieel, waar in die tijd geen ruimte voor is in de collecties van het Spoorwegmuseum en andere musea, voor het nageslacht te bewaren. In de beginjaren redt de stichting verschillende vertegenwoordigers van belangrijke materieeltypes van de sloper. Verschillende treinen van Stibans krijgen in 1989 een rol tijdens het 150-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland. Later belandt een deel van het materieel alsnog in het Spoorwegmuseum, meestal in bruikleen van de stichting. In 2009 draagt Stibans een deel van de collectie alsnog officieel aan het museum over. Inmiddels heeft Stibans alleen nog een aantal goederenwagens in bezit. Daarnaast is de stichting nog altijd betrokken bij de restauratie van museummaterieel.

Op 28 september 1979 gaan de laatste vier stroomlijnpostrijtuigen buiten dienst. Wanneer het Spoorwegmuseum besluit om geen zogenaamde Pec te bewaren, wordt de Stibans opgericht. De PTT is als eigenaar van de rijtuigen bereid een Pec te bewaren voor het nog op te richten postmuseum. Stibans krijgt tot die tijd het beheer over het rijtuig. Omdat de 1902 in de beste staat is, wordt deze volgeladen met bruikbare onderdelen uit de overige rijtuigen en in Roosendaal ondergebracht. In januari 1984 is de Pec weer opgeknapt. De locatie van het inmiddels geopende postmuseum in Den Haag heeft echter geen ruimte voor het rijtuig. Hierna schenkt de PTT de Pec aan het Spoorwegmuseum. De daaropvolgende jaren is het rijtuig verder opgeknapt en in oktober 1986 draagt Stibans de 1902 over aan het Spoorwegmuseum.

Wanneer blijkt dat het Spoorwegmuseum geen belangstelling heeft, koopt Stibans na een inzamelingsactie in mei 1982 E-loc 1010 als laatste vertegenwoordiger van de eerste tien elektrische locomotieven van NS. Voorwaarde van NS is dan nog dat de loc niet meer op NS-sporen mag komen. Een paar jaar later wil NS de 1010 echter een rol geven bij het 150-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland. De loc is hierna van de tijdelijke en op te breken standplaats in Amsterdam voor een schilderbeurt overgebracht naar Roosendaal. In de zomer van 1989 is de loc op de jubileumtentoonstelling in Utrecht te zien. Na afloop gaat de loc voor een verdere opknapbeurt naar Tilburg om daarna in 1990 alsnog als statisch object een plek te krijgen in het Spoorwegmuseum. Vanaf eind 2009 is de loc officieel eigendom van het museum.

Hoewel de 1010 de eerste aanschaf van Stibans is, ontstaan eind jaren '60 de eerste plannen voor het oprichten van een dergelijke stichting voor het redden van Materieel '36-treinstel 252. Het treinstel is als laatste vertegenwoordiger van de serie al buiten dienst, maar nog beschikbaar voor proefritten. Wanneer blijkt dat deze ritten niet doorgaan, belandt het stel begin jaren '70 alsnog op de Amsterdamse Rietlanden waar in die tijd regelmatig NS-materieel wordt verzameld voor de sloop. De NVBS zorgt er in april 1972 voor dat het stel alsnog bij de Haarlemse hoofdwerkplaats gestald kan worden. Vijf jaar later verhuist het stel naar Amersfoort en vinden de eerste conserveringswerkzaamheden plaats. Ook is die tijd een groot deel van het interieur van Materieel '46-treinstel 282 gebruikt om de versleten interieurdelen uit de 252 te vervangen. Begin jaren '80 verhuist het stel naar het terrein van de Hoogovens in Beverwijk. In 1985 schenkt NS het treinstel officieel aan Stibans. Ter voorbereiding van de deelname aan het 150-jarig spoorwegjubileum is het stel begin 1989 in Bergen op Zoom aan de buitenzijde zoveel mogelijk opgeknapt. Het complete interieur, inclusief wanden en vloeren, is hierbij verwijderd.

Na het jubileum kent de 252 verschillende standplaatsen. Hierbij krijgt het stel in 1995 nog een grasgroene kleurstelling met gele snor. Intussen presenteert de SGB in 1999 een masterplan met daarin onder andere een geplande inzet van de 252 tussen Roosendaal en Vlissingen. In 2001 krijgt het treinstel een plaats in de loods van het Spoorwegmuseum in Blerick. In 2002 neemt Stibans de oude werkplaatsloods in Blerick in gebruik en wordt de 252 op eigen sporen gestald. In het voorjaar van 2004 begint de stichting met noodzakelijk onderhoud en het schilderen van het gehele stel. In april 2008 is de 252 naar SFW Schienenfahrzeugwerk in het Duitse Delitzsch overgrbracht. Hier wordt het treinstel volledig gestript, gestraald en geconserveerd. Ook de stroomafnemers, draaistellen en koppelingen krijgen een revisie. Intussen wordt het stel eind 2009 officieel eigendom van het Spoorwegmuseum. In 2011 keert het treinstel terug in Nederland. In 2012 begint de verdere revisie het stel in het museum zelf. Na enkele maanden is de 252 weer naar Blerick gebracht.

Stibans redt ook drie motorwagens van het Materieel ’24. De meest bekende is Jules die in 1926 als mBD 9006 bij NS in dienst komt. In 1957 is de motorwagen verbouwd tot motorpost 9204. Vanaf eind jaren zestig is het motorrijtuig in dienst als proefwagen met thyristorinstallatie. De blokkendoos krijgt hierbij de naam Jules. Vanaf 1976 is Jules in gebruik als ATB meetwagen en heeft sindsdien als enige blokkendoos de gele NS-kleurstelling. Na de komst van de nieuwe Jules in 1992 gaat het motorrijtuig terzijde. In 1998 neemt Stibans het rijtuig over. Deze is dan niet meer inzetbaar omdat bruikbare onderdelen naar de blokkendoos van het Spoorwegmuseum zijn gegaan. Datzelfde jaar is Jules teruggebracht in de bruine uitvoering van motorpostrijtuig. Stibans draagt Jules in 2009 over aan Herikrail. Vijf jaar later gaat het motorrijtuig over naar De Rijtuigenloods. Hierna is Jules bij het Centraal Ketelhuis van de Wagenwerkplaats neergezet.

In 1999 wordt ook de voormalige mBD 9021 uit de Utrechtse ongevallentrein eigendom van Stibans. Net als Jules is het vroegere motorrijtuig eind jaren '50 omgebouwd tot motorpost. Vanaf 1968 is het rijtuig in dienst als houtwagen bij de ongevallentrein. Bij deze verbouwing is de gehele tractie-installatie, inclusief stroomafnemers, verwijderd. De houtwagen is net als Jules in 2009 overgedragen aan Herikrail en vervolgens vijf jaar later aan De Rijtuigenloods. Het rijtuig staat sindsdien binnen in de Amersfoortse Wagenwerkplaats. In 2004 verwerft Stibans een derde voormalige blokkendoos. De voormalige mCd 9414 doet na de buitendienststelling dienst als bovenleiding-montagewagen en is hierna een onderkomen van de NS Watersportvereniging aan de Utrechtse Kruisvaart. Tijdens het opknappen blijkt het rijtuig slechter dan gedacht en in 2013 is deze gesloopt.

In 1996 zorgt Stibans ervoor dat de 162 als representant van de NS-serie 161-165 bewaard blijft. De daaropvolgende jaren begint met behulp van verschillende bedrijven en enkele Nederlandse en Britse museumorganisaties het herstel van de loc. Hierbij dienen onder andere twee in Engeland verblijvende soortgenoten als onderdelenleverancier. Bij verregaande samenwerking tussen Stibans en het Spoorwegmuseum dreigt de 162 niet in de collectie opgenomen te worden en is de aparte Stichting 162 opgericht.

In de loop der jaren bewaart Stibans maar liefst vier stalen bagagewagens. De wagens zijn voornamelijk als opslag- of verblijfswagen gebruikt. In 1985 kan Stibans het voormalige bagagerijtuig D 7521 overnemen als tijdelijke opslagruimte. Omdat het rijtuig grotendeels nog in originele staat is, adviseert Stibans het Spoorwegmuseum om deze zogenaamde grote Stalen D over te nemen. Begin jaren '90 is het rijtuig opgeknapt. In 1995 is de revisie gereed en draagt Stibans het rijtuig over aan het museum.

Stalen D 6072 komt als voormalige ongevallenwagen 157 108 in 1999 bij Stibans terecht. Het rijtuig is voornamelijk in gebruik om onderdelen op te slaan bij de revisie van loc 162. In 2010 gaat het rijtuig over naar de Stichting WIJS/BSH. Begin 2021 is het rijtuig aan de collectie van de Stichting 2454 Crew toegevoegd. Stalen D 6080 komt eveneens uit een ongevallentrein. Het rijtuig is enige tijd in gebruik als opslagruimte bij de Werkgroep loc 1501. In 2003 gaat het rijtuig over naar Stibans. In 2009 gaat het rijtuig over naar de Stichting TEE. Twaalf jaar later neemt het Nederlands Transportmuseum de Stalen D samen met de TEE-rijtuigen van de stichting over. Voormalig bagagerijtuig 6082 is sinds 1996 eigendom van Stibans. Het rijtuig staat tot 2001 als opslagruimte op de Watergraafsmeer. In juni dat jaar verhuist het rijtuig als voormalige ongevallenwagen 157 109 naar Blerick. Het rijtuig is de enige Stalen D in eigendom van Stibans.

Default Image

Op 20 september 2014 wordt tijdens een open dag bij NedTrain in Haarlem met motorrijtuig Jaap gedemonstreerd hoe rijtuigen doormiddel van luchtkussentransport in de productiehal kunnen worden verplaatst.
Werkgroep Jaap
Website: -
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

In november 1990 neemt de hobbyclub van de Hoofdwerkplaats Haarlem Materieel '24 motordienstwagen 978 1 500 over van Jaap Mol. Als groepschef in Eindhoven onderhoudt hij het motorrijtuig, dat tussen 1968 en 1981 in gebruik is voor wegleerritten, met de hoop op een museale toekomst. Het rijtuig draagt als motordienstwagen al de naam Jaap. De Haarlemse hobbyclub bouwt met motorrijtuig als Werkgroep Jaap zoveel mogelijk terug naar de originele staat. Hierbij is de in 1966 aangebrachte dichte kop vervangen door een doorloopkop van een voormalig blokkendoosrijtuig van de Hoogovens.

Sinds 1996 is Jaap met het oorspronkelijke nummer mC 9002 weer op de hoofdbaan toegelaten. Het motorrijtuig rijdt niet alleen solo ritten, maar ook in combinatie met andere blokkendoosrijtuigen en het museumstel van het Spoorwegmuseum. Inmiddels is de Jaap weer in revisie in Haarlem.

Het buitenterrein van het Spoorwegmuseum met in het midden Mat.'46-treinstel 273. Links is onder andere de watertoren te zien en rechts staat bagagewagen NS 4088 met de permanente expositie 'Beladen Treinen'. Utrecht, 16 september 2018.
Het Spoorwegmuseum
Website: spoorwegmuseum.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

In 1910 spreken de directies van de verschillende spoorwegmaatschappijen voor het eerst over het oprichten van een museum. Diezelfde periode begint spoorwegambtenaar George Willem van Vloten met het verzamelen van documentatie, afbeeldingen en andere attributen met betrekking tot de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland. Voor het behoud van de collectie richten NS en Van Vloten in januari 1927 de Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum op. Op 1 december 1928 wordt in één van de inmiddels verdwenen NS-gebouwen in Utrecht het officiële Nederlandsch Spoorwegmuseum geopend. In 1935 verhuist het museum de collectie naar Hoofdgebouw I aan het Moreelsepark. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuist het Spoorwegmuseum naar de oostvleugel van het Rijksmuseum. In 1944 sluit het museum en na de oorlog wordt de collectie op het Amsterdamse Centraal Station opgeslagen.

Begin jaren '50 wijst president-directeur van NS F.Q. den Hollander het in 1939 gesloten Utrechtse Maliebaanstation als nieuwe locatie voor het museum aan. Na de verbouwing van het station wordt het museum op 5 november 1954 officieel in gebruik genomen. Naast de vooroorlogse collectie van documenten en dergelijke is er op het spoor langs het eerste perron nu ook ruimte om historisch spoorwegmaterieel te stallen. In de beginjaren zijn hier zeven stoomlocomotieven neergezet die hier bijna 50 jaar permanent blijven staan. Begin jaren '60 zijn de restanten van de oude stationskap vervangen door een nieuwe overkapping over het perron en het eerste spoor. Omdat de andere sporen nog in gebruik zijn voor het goederenvervoer zijn een jaar eerder op het voorterrein van het museum vier sporen aangelegd om de groeiende collectie rollend materieel tentoon te stellen.

Om ook dit historische materieel beter tegen de slechte weersomstandigheden te beschermen is in 1974 op het achterterrein een eilandperron aangelegd. Het perron en de twee sporen langs het perron krijgen een overkapping in dezelfde stijl als de kap boven spoor 1. De collectie van het voorplein verhuist hierna naar de achterzijde van het Maliebaanstation. Omdat de doorgaande sporen van de Oosterspoorlijn nog altijd in gebruik zijn voor het goederenvervoer zijn beide perrons verbonden door een loopbrug. Het stationsgebouw krijgt in 1975 de status van Rijksmonument.

Aan de vooravond van het 150-jarig bestaan de spoorwegen in Nederland is het museumgebouw een jaar lang grondig verbouwd. Hierbij is de inrichting compleet gemoderniseerd. Meest in het oog springend is de grote filmzaal in de stationshal. In beide zijvleugels is een extra verdieping ingericht die met een loopbrug door de stationshal met elkaar zijn verbonden. Het gebouw is zo ingericht dat een route ontstaat waarin de ontwikkeling van de spoorwegen in Nederland in chronologische volgorde kan worden gevolgd. Het achterterrein van het museum dat na het verdwijnen van het laatste goederenvervoer voornamelijk in gebruik is als opslagterrein wordt opgeruimd en ingericht als spoorlandschap. Op het terrein komen enkele gebouwen als een seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer en een overweghuisje uit Elst. Ook wordt zowel een normale- als een modelspoorlijn aangelegd waarover het publiek een rondje kan rijden. In juni 1989 is het vernieuwde museum weer in gebruik genomen. Omdat het grootste deel van de festiviteiten rondom 150 jaar spoor in en om de Utrechtse Jaarbeurshallen plaatsvinden, laat NS via Lunetten een pendeltrein tussen het Centraal Station en het museum rijden. In de jaren '90 is het achterterrein verder ingevuld met een goederenloods uit Nijverdal waarin onder andere een restaurant komt. Ook komt er een nieuw gebouw met daarin de multimedia-attractie Holland Rail Show.

Na de verbouwing van het museum na de eeuwwisseling staan de historische stoomlocomotieven niet langer langs het eerste perron en is er naast de Koninklijke trein regelmatig ander materieel te zien. Zo staat op 5 april 2014 Plan U-museumstel 114 langs het perron. De collectie van het museum begint steeds geler te worden. Zo is plan V-treinstel 876 al sinds januari 2011 eigendom van het museum. Sinds 2016 is het stel weer rijvaardig en twee jaar later krijgt het stel nog een schilderbeurt vanwege het 50-jarig bestaan van de NS-huisstijl. Op 19 januari 2020 staat het treinstel buiten op het museumterrein. Motorrijtuig 41 is vanaf de zomer van 2016 volgens het Spoorwegmuseum één van de iconen van de Nederlandse spoorweggeschiedenis en krijgt hierdoor min of meer deze vaste plek in het museum. De Blauwe Engel is echter nog regelmatig op het Nederlandse spoor te zien. Utrecht, 16 juli 2016. Sinds 2016 staat E-loc 1201 van de Stichting KLOK semi-permanent in de grote hal van het Spoorwegmuseum. Op de foto de loc en enkele oude rijtuigen op 16 juli 2016.

In 2015 is de voormalige woning van de stationschef van Bilthoven uit 1901 op het terrein van het Spoorwegmuseum herbouwd. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de originele onderdelen. Utrecht, 16 juli 2016.In september 2003 sluit het museum wederom voor een grote verbouwing. Hierbij is het complete stationsgebouw opnieuw helemaal leeggehaald, deze keer om het gebouw zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Het station krijgt hierbij zoveel mogelijk de oorspronkelijke inrichting van een statige stationshal, verschillende wachtkamers, stationsrestauratie en bestelgoederenafdeling terug. Ook de Koninklijke wachtkamer uit het in 1973 gesloopte station Den Haag SS krijgt een plek in het gebouw. Het stationsgebouw krijgt de opvallende roze kleur die het ook bij de opening in 1874 heeft. Ook het achterterrein wordt vrijwel compleet opnieuw ingericht. Hierbij verdwijnen de opstelling van het spoorwegmaterieel uit de jaren '70 en het spoorlandschap uit de jaren '80. Op het vrijgekomen terrein komt een groot nieuw museumgebouw met het industriële karakter van een 19e-eeuwse spoorwerkplaats. Het nieuwe gebouw biedt niet alleen onderdak aan een groot deel van de materieelcollectie maar ook aan verschillende attracties. Ook de Nijverdalse goederenloods komt binnen de muren van het museumgebouw te staan. Op het buitenterrein liggen nog diverse sporen en komen onder andere een draaischijf en een watertoren. Het museum is zo ingericht dat de bezoeker via vijf verschillende 'Werelden' een reis door de geschiedenis maakt. De nadruk ligt voortaan meer op het vermaak van het grote publiek met de collectie als onderdeel van het decor. In juni 2005 is het compleet vernieuwde Spoorwegmuseum weer geopend voor publiek.

Het materieel dat in Blerick is opgeborgen of hier wordt gerestaureerd is doorgaans niet voor het publiek te zien. Op 25 mei 2019 is een deel van de Wagenwerkplaats echter geopend en zijn museumlocs 1202 en 629 te zien.Het Spoorwegmuseum beschikt inmiddels over een uitgebreide collectie van ruim 120 stuks rollend materieel. De afgelopen decennia heeft het museum al een deel van de collectie afgestoten. Zo is het grootste deel van de tramrijtuigen van de hand gedaan en is een deel van het spoorwegmaterieel in bruikleen bij museumspoorlijnen. Een deel van de museumcollectie is opgeslagen in de Wagenwerkplaats Blerick. Het materieel wordt hier niet alleen opgeslagen maar ook opgeknapt en onderhouden. Er vinden regelmatig uitwisselingen tussen 'Utrecht' en 'Blerick' plaats. Ook in het museum wordt het materieel regelmatig verplaatst. Daarnaast is regelmatig materieel van andere musea en verenigingen uit binnen- en buitenland in het Spoorwegmuseum te zien.

Een deel van het museummaterieel is rijvaardig en wordt vooral na de eeuwwisseling af en toe gebruikt voor bijzondere ritten. Zo rijdt van 2007 tot 2015 bijna maandelijks de Heimwee Express een weekend lang via verschillende routes een korte rit vanuit het museum. De trein is met vrijwel al het rijvaardige reizigersmaterieel uitgevoerd. Ook de museumpendel tussen Utrecht Centraal en het museum wordt af en toe met museummaterieel gereden. Tijdens het spoorwegjubileum zijn zelfs alle ritten gepland met de gerestaureerde Blokkendoos van het museum. Door de grote belangstelling is echter ook vaak ander materieel te zien.

Tijdens excursies en conditieritten is het museummaterieel in het hele land te zien. Het onderhoud aan het dienstvaardige materieel van het museum vindt naast de museumwerkplaats in Blerick ook in de reguliere onderhoudsbedrijven van NS plaats.

Museummaterieel op pad

In 2018 is in museumstel 876 een tentoonstelling over 50 jaar NS-huisstijl te zien. Voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling rijdt het fris gespoten stel nog eenmaal over de lijn waar de eerste gele treinstellen rijden. Op 26 mei 2018 komt de 876 vanuit het Spoorwegmuseum op Utrecht Centraal aan voor de retourrit naar Leiden. Op 18 oktober 2014 pendelt Plan U-treinstel 114 ter gelegenheid van het 175-jarig jubileum van de spoorwegen in Nederland tussen Amersfoort en Leusden. Op de foto staat het treinstel in Amersfoort gereed voor de tweede rit over de Kersenlijn die dag. Ook na het staken van de Heimwee Expres is het rijvaardige materieel van het museum regelmatig op pad. Zo is DE 1-motorrijtuig op 22 augustus 2017 bij Diepenveen onderweg naar Almelo waar het enkele weken als decorstuk bij een toneelvoorstelling op het emplacement zal dienen. Op 11 januari 2015 mag de 386 nog de befaamde Heimwee Expres rijden. Onderweg van Amersfoort naar het Spoorwegmuseum nadert het treinstel Bilthoven.
Op 28 december 2019 pendelt de Kameel met leden van de NVBS met enkele zogenaamde oliebollenritten tussen de emplacementen Crailoo en de PON in Leusden. Op de foto maakt motorrijtuig 20 onderweg naar Crailoo een tussenstop in Amersfoort. Om het rijvaardige materieel in conditie te houden, maken ze regelmatig een langere rit door het land. Op 30 augustus 2020 maken Materieel '46-treinstel 273 en Materieel '54-treinstel 386 een conditierit door het westen van het land. Op de foto het duo tijdens het kopmaken op Amsterdam Centraal. De 386 is die maand voor het eerst sinds 2016 weer buiten het museum te zien. De collectie van het Spoorwegmuseum wordt niet alleen binnen het museum regelmatig verplaatst, maar er vinden ook regelmatig uitwisselingen met het opgeborgen materieel in de Blerickse wagenwerkplaats en ritten naar de onderhoudsbedrijven plaats. Op 17 mei 2014 vindt een grote verhuizing van museummaterieel tussen het Spoorwegmuseum, het Amsterdamse onderhoudsbedrijf Zaanstraat en de loods in Blerick plaats. Die dag brengt museumloc 1202 Motorpost 3031 vanuit het Spoorwegmuseum via Amersfoort naar de Zaanstraat. In het transport rijden ook fietsrijtuig 50 84 92-37 007-9, Pec P8502, Materieel '54 treinstel 386 en Materieel '46 treinstel 273 mee om later die dag door de 1312 naar Blerick te worden gebracht. Op 22 juni 2019 pendelt Plan U-treinstel 114 van het museum met bezoekers tussen het station van Tilburg en de open dag bij het NS Componentenbedrijf in Berkel-Enschot.
Default Image

Tijdens het 175-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland neemt de 162 als WD 70033 deel aan de Spoorparade in Amersfoort. Op 17 oktober 2014 staat de dieselloc met een sleep soortgenoten klaar om langs het publiek te rijden.
Stichting 162
Website: stichting162.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

In 1996 zorgt Stibans ervoor dat de 162 als representant van de NS-serie 161-165 bewaard blijft. De daaropvolgende jaren begint met behulp van verschillende bedrijven en enkele Nederlandse en Britse museumorganisaties het herstel van de loc. Hierbij dienen onder andere twee in Engeland verblijvende soortgenoten als onderdelenleverancier.

Bij het samengaan van Stibans en het Spoorwegmuseum in september 2009 dreigt de 162 niet in de collectie opgenomen te worden en is de aparte Stichting 162 opgericht. In het voorjaar van 2012 gaat de locomotief naar het depot van de SHM in Hoorn om verder gerestaureerd te worden. Aan het eind van het jaar maakt de loc in de zwarte uitvoering van het Britse War Department een eerste proefrit. De loc staat als WD 70033 van april tot september 2013 voor de tentoonstelling 'Sporen naar het front' in het Spoorwegmuseum. In februari 2014 is de restauratie van de locomotief afgerond en kan de loc op de verschillende museumlijnen worden ingezet. In eerste instantie rijdt de loc bij de SHM met uitstapjes naar het 175-jarig jubileum van de spoorwegen in Nederland in Amersfoort en verschillende evenementen rondom 70 jaar bevrijding.

In september 2015 is de locomotief in de werkplaats van de STAR in de groene NS-kleur geschilderd en weer van het NS-nummer 162 voorzien. In 2017 rijdt de 162 een aantal maanden bij de MBS en de STAR. Vanaf september 2018 heeft de Stichting 162 een definitief onderkomen bij de MBS.

Default Image

De neus van één van de stuurstandrijtuigen in ONR-kleuren in Zwolle op 7 juli 2006. 
Nederlands Transport Museum
Website: nederlandstransportmuseum.nl
Zie voor de actuele materieelcollectie de Nederlandse Museummaterieel Database

Het Nederlands Transport Museum opent na een aanloop van enkele jaren in april 2018 als pop-up museum in de voormalige Bolsfabriek in Nieuw-Vennep. De uiteindelijke locatie van het museum is het nieuw aan te leggen MuseumPark21 tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. De Stichting Nederlands Transport Museum is een samenwerkingsverband van 11 stichtingen die actief zijn binnen de sector mobiel erfgoed. Naast verschillende kleine voertuigen bezit het museum ook vliegtuigen, een Amsterdams metrostel en het laatste exemplaar van de eerste generatie Utrechtse sneltrams. In 2021 schaft het museum de eerste trein aan.

Begin januari 2021 neemt het museum de vijf TEE-rijtuigen van de Stichting TEE Nederland over. Deze stichting is in 2004 opgericht om een Nederlands-Zwitsers TEE-treinstel in oude staat te herstellen. De TEE-treinstellen rijden tot 1974 onder andere tussen Amsterdam en Zürich. In 1977 gaan de stellen naar de Canadese Ontario Northland Railway. Twee jaar later zijn de oorspronkelijke motorrijtuigen vervangen door locomotieven. De passagiersrijtuigen rijden nog tot halverwege de jaren '90 voor de ONR. In 1998 haalt de Vereniging TEE Classics twee stuurstandrijtuigen en drie tussenrijtuigen terug naar Europa. Het plan is de rijtuigen na een opknapbeurt in het toeristenverkeer in te zetten. Na een verblijf in de haven van Hamburg zijn ze in Heilbronn ondergebracht. Eén stuurstandrijtuig is uiterlijk opgeknapt en staat enige tijd in het Verkehrshaus in Luzern. In 2006 verwerft de Stichting TEE Nederland het vijftal en haalt ze naar Nederland. De rijtuigen staan in eerste instantie in Zwolle. Hier krijgen nog enkele rijtuigen (gedeeltelijk) de oude kleurstelling. In 2009 verhuizen de vijf rijtuigen naar Amsterdam, waar ze ruim tien jaar staan te wachten op verder herstel en de bouw van een motorwagen. Voor de eventuele reconstructie hiervan neemt de Stichting TEE de motoren van een Plan U-treinstel over. Deze zijn in januari 2021 door het NTM naar Nieuw-Vennep overgebracht. Het NTM is van plan om de TEE na overbrenging naar een andere locatie te conserveren en later met behulp van andere organisaties te restaureren. Ook de voormalige Stalen D 6080 hoort bij de overgenomen inboedel van de Stichting TEE.