Trajecten

In 1884 begint de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij met de aanleg van een net van lokaalspoorwegen in de Achterhoek en Twente. De spoorwegverbindingen zijn voornamelijk bedoeld voor de ontsluiting van de opkomende industrie in de regio. De lokaallijnen zorgen enerzijds voor de aanvoer van steenkool voor de fabrieken en anderzijds voor de afvoer van de producten van deze fabrieken. Bovendien vervoeren de treinen de arbeiders voor diezelfde fabrieken. In aansluiting op het net van de GOLS zijn nog diverse extra lokaallijnen aangelegd. Door de economische crisis in de jaren '30 en de opkomst van de vrachtwagen, de autobus en het particuliere fietsbezit, sluit een groot deel van het netwerk van lokaalspoorwegen al voor de Tweede Wereldoorlog.

Aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw laat de Nederlandsche Centraal Spoorweg-Maatschappij als aanvulling op de eigen Centraalspoorweg door verschillende dochterondernemingen buurtspoorwegen rondom Utrecht aanleggen. Eén van de ondernemingen is de Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij die, in aansluiting op de Centraalspoorweg, een zeven kilometer lange lokaalspoorweg van De Bilt naar Zeist aanlegt. De dubbelsporige lokaallijn wordt in augustus 1901 geopend. Tegelijkertijd met de aanleg van de spoorlijn ontwikkelen zich enkele villadorpen in de bosrijke omgeving. Deze ontwikkeling is mede mogelijk door investeringen van de spoorwegmaatschappij, zo is de NCS grootaandeelhouder van NV Villapark Bosch en Duin.

Spoorwegmaatschappij 'De Veluwe' legt aan het begin van de 20e eeuw de spoorlijn Nijkerk - Ede aan. In mei 1902 is het traject Barneveld - Ede geopend. In december 1903 volgt het traject van Barneveld naar Nijkerk. Ten noorden van Barneveld kruist de lokaallijn de Oosterspoorweg Amsterdam - Zutphen. Ter hoogte van de ongelijkvloerse kruising komt de halte Barneveld Kruispunt. Zo ontstaat bij het station Barneveld-Voorthuizen aan de Oosterspoorweg een overstapmogelijkheid tussen beide lijnen. In augustus 1937 wordt ten noorden van Barneveld een verbindingsboog naar de Oosterspoorweg aangelegd en rijden de treinen vanuit Amersfoort rechtstreeks naar Barneveld en Ede. Tegelijkertijd heft NS de verbinding tussen Barneveld en Nijkerk op en is de lijn opgebroken.

Als onderdeel van de laatste grootschalige periode van aanleg van spoorlijnen door de Staat is in de jaren '80 van de negentiende eeuw de spoorlijn Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch aangelegd. Doordat de regio bekend staat als de Langstraat, krijgt de spoorlijn de officieuze bijnaam Langstraatspoorlijn. De verbinding is vooral van belang voor de schoenen- en lederindustrie in de regio en krijgt hierdoor ook de tweede bijnaam Halvezolenlijn. Op 1 augustus 1950 staakt NS de reizigersdienst tussen Lage Zwaluwe en 's-Hertogenbosch. Tegelijkertijd is het goederenvervoer tussen Geertruidenberg en Raamsdonk opgeheven. Op de baanvakken tussen Lage Zwaluwe en Geertruidenberg en tussen 's Hertogenbosch en Raamsdonk rijden nog tot in de jaren '70 goederentreinen. In 1976 opent NS in Made en Drimmelen een nieuwe spooraansluiting naar het industrieterrein Weststad in Oosterhout. Het traject tussen Lage Zwaluwe en Oosterhout is nog altijd in gebruik voor het goederenvervoer.

Op 20 september 1839 opent de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij tussen Amsterdam en Haarlem de eerste Nederlandse spoorlijn. Het oorspronkelijke traject ligt geheel evenwijdig aan de Haarlemmertrekvaart. Inmiddels is de spoorlijn Amsterdam - Haarlem bijna 180 jaar in gebruik. De verbinding volgt echter niet overal het oorspronkelijke tracé. Zo is het traject in Amsterdam zowel in 1878 als in 1985 over een lengte van enkele kilometers verlegd en is de spoorlijn tijdens de spoorverdubbeling in 1916 in Halfweg enkele meters naar het noorden opgeschoven.

Rotterdam kent een dynamsiche spoorweggeschiedenis. Een groot deel van de oorspronkelijke spoorlijnen door de stad is in de loop der jaren gesloten en verlegd. De meest opvallende spoorwegwerken ontstaan door de aanleg van de staatslijn naar Dordrecht uit 1877 en de Hofpleinlijn uit 1908. Beide trajecten slingeren over kilometerslange viaducten door de stad. De twee imposante viaducten door de stad komen vrijwel ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog maar zijn respectievelijk in 1993 en 2010 voor het spoorvervoer gesloten. De hefbrug over de Koningshaven en het 1,9 kilometer lange Hofpleinlijnviaduct zijn bewaard gebleven en hebben inmiddels een monumentale status.

Eind jaren '80 van de negentiende eeuw legt de Koninklijke Nederlandse Locaalspoorweg-Maatschappij vanuit Apeldoorn enkele lokaallijnen aan. Zo ook tussen Apeldoorn en Hattem waar in 1887 de zogenaamde Baronnenlijn is geopend. In Hattemerbroek sluit de spoorlijn aan op de Centraalspoorweg naar Zwolle. In opdracht van het Ministerie van Oorlog legt de KNLS de verbinding aan als hoofdspoorweg. De spoorlijn is van groot belang voor de ontwikkeling van de industrie in de dorpen aan de oostzijde van de noordelijke Veluwe en kent dan ook veel bedrijfsaansluitingen. Het reizigersvervoer is al snel minder van belang en is in oktober 1950 door NS gestaakt. De lijn blijft vervolgens tot mei 1972 in gebruik voor het goederenvervoer.

In oktober 1953 sluit NS de spoorlijn tussen de aansluiting bij Haagse Loolaan en Scheveningen. De lijn is vanaf 1907 onderdeel van de Hofpleinlijn, de eerste geëlektrificeerde spoorlijn in Nederland. Bij de Loolaan is er vanuit Scheveningen zowel een aansluiting richting Rotterdam als naar Den Haag. Beide verbindingsbanen en het traject naar Scheveningen zijn na de sluiting vrijwel direct opgebroken om plaats te maken voor de Haagse nieuwbouwwijk Mariahoeve en het noordelijke deel van de ringweg om de stad. Vrijgekomen materialen worden gebruikt bij de wederopbouw van andere spoorlijnen en stations. De spoorweggeschiedenis is op de meeste plekken dan ook snel en grondig uitgewist.

Tussen 1912 en 1918 opent de Hollandsche Electrische Spoorweg Maatschappij een omvangrijk netwerk van lokaalspoorwegen in het tot dan toe van spoorvervoer verstoken gebied tussen Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Leiden. Hoewel de lijnen grotendeels buiten de Haarlemmermeer liggen, krijgen ze in de volksmond de naam Haarlemmermeerlijnen. De spoorwegmaatschappij voorziet het ruim 120 kilometer lange netwerk van bijna dertig, vaak imposante stationsgebouwen en bijna zeventig wachterswoningen. Daarnaast bouwt de HESM diverse woningen voor het personeel. De treindienst op het spoorwegnet wordt, in tegenstelling tot wat de naam en bijbehorende ambities van de spoorwegmaatschappij doen denken, met stoomtractie uitgevoerd en is slechts van weinig betekenis. Met de opkomst van het busvervoer neemt het reizigersvervoer op de Haarlemmermeerlijnen snel af.

In oktober 1910 opent de Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij Deventer - Ommen de spoorlijn Deventer - Raalte - Ommen. Op 14 mei 1935 wordt de lokaallijn, net geen 25 jaar na de start van de treindienst, alweer gesloten. De complete spoorlijn is al snel na het beëindigen van de treindienst opgebroken. Door ruilverkaveling, de uitbeiding van woonkernen, aanleg van wegen maar ook doordat de lijn is aangelegd als lokaalspoorweg, laat het tracé na de sluiting van de verbinding weinig sporen in het landschap achter. Wel zijn twee van de vier door de OLDO gebouwde stationsgebouwen bewaard gebleven, zijn langs het tracé nog verschillende grensstenen te vinden en zijn opvallend veel monumenten opgericht.