Het stationsgebouw van Venlo op 25 augustus 2012.
Station Venlo
Vl
Opening: 21 november 1865
Spoorlijn(en): Maastricht – Venlo km 70,0
  Venlo – Eindhoven km 0,0
  Venlo – Kaldenkirchen km 0,0
  Venlo – Haltern km 0,0
Nijmegen – Venlo km 78,0
Links: Sporenplan  
  NS Stationsinfo  

Bij de aanleg van de eerste reeks staatsspoorlijnen krijgen de verschillende stations naar aanleiding van de grootte van de plaats doorgaans één van de vijf standaardontwerpen van stationsgebouwen. Een aantal stations, waaronder Venlo, valt echter onder de Vestingwet en krijgt een laag, vaak langgerekt gebouw dat bestaat uit stijl- en regelwerk opgevuld met steen en cement. In september 1865 nemen de Staatsspoorwegen aan het station van Venlo als voorlopig eindpunt van de lijn uit Maastricht in gebruik. Een jaar later zijn ook de lijnen naar Eindhoven en Pruisen gereed. Venlo krijgt als grensstation dan ook een zeer lang stationsgebouw. Het symmetrische gebouw heeft aan beide uiteinden twee naar voren staande bouwdelen met puntgevels.

In 1958 krijgt Venlo, als onderdeel van het wederopbouwplan voor het in 1944 deels verwoeste stadscentrum, een geheel nieuw station. Ook is het complete emplacement verhoogd, gemoderniseerd en grotendeels geëlektrificeerd. Het stationsgebouw komt zo’n 300 meter dichter bij het centrum te staan en is naast blikvanger voor het nieuwe moderne Venlo ook een visitekaartje van Nederland voor internationale treinreizigers. Het gebouw is door de noodzakelijke voorzieningen die nodig zijn bij een grensstation, opnieuw vrij groot. Doordat het op het nieuwe perronniveau ligt, lijkt het gebouw bovendien relatief hoog. Het entreegebouw heeft een betonnen onderbouw waarop een staalskelet is geplaatst. De gevels van het hoofdgebouw zijn zowel aan de straat- als de perronzijde voornamelijk van glas. De zijwanden en het langgerekte lage deel aan de linkerzijde van het gebouw zijn voornamelijk gesloten. In de 70 meter lange zijvleugel komen de ruimtes voor de douane en marechaussee. Aan de rechterzijde van het station komt een korte lage vleugel met enkele dienstruimtes. Aan de voorzijde van het hoofdgebouw komt een opvallend grote luifel, die aansluit op het lessenaarsdak van de stationshal en de perronkap die vrijwel langs de hele perronzijde van het gebouw loopt. De luifel zorgt voor een duidelijke relatie tussen station en voorplein. Onder de luifel komt een breed bordes met trappen die naar de stationsentree leiden. Naast het station staat een klokkentoren van bijna 24 meter hoog. Op het nieuwe eilandperron komt één perrongebouw met daarin een wachtruimte en enkele dienstruimtes. Boven het perron is een korte kap die aansluit op de overkapping van het eerste perron. Beide kappen zijn door enkele spanten verbonden. De spanten doen tevens dienst als bovenleidingsportalen. Door verschillende verbouwingen is het open karakter van de stationshal grotendeels verdwenen.