In 1915 neemt de HESM de spoorlijn Uithoorn – Alphen aan den Rijn in gebruik. In 1918 krijgt de lokaallijn een zijtak voor het goederenvervoer tussen Nieuwveen en Ter Aar. Net als de meeste andere verbindingen in het netwerk van Haarlemmermeerlijnen, sluit de onrendabele spoorlijn al voor de Tweede Wereldoorlog.

Als één van de laatste spoorlijnen van het netwerk van Haarlemmermeerlijnen opent de Hollandse Electrische Spoorweg-Maatschappij in augustus 1915 de spoorlijn tussen Uithoorn en Alphen aan den Rijn. De spoorlijn is 23 kilometer lang en is vooral bedoeld voor de ontsluiting van de land- en tuinbouwgebieden in de regio. 2,5 jaar na de opening van de spoorlijn neemt de HESM vanuit Nieuwveen voor het goederenvervoer een zijtak naar Ter Aar in gebruik. Omdat de lijn voornamelijk in gebruik is voor het vervoer van tuinbouwproducten krijgt de lokaallijn in de volksmond de bijnaam ‘bonenlijntje’.

Het afnemende vervoer door de opkomst van de vrachtwagen en autobus zorgen ervoor dat NS zowel de onrendabele spoorlijn Uithoorn – Alphen aan den Rijn als de zijtak Nieuwveen – Ter Aar per 1 januari 1936 sluit. De spoorlijn is vrijwel direct na de sluiting opgebroken.

DIENSTREGELING

De HSM rijdt op de spoorlijn Uithoorn – Alphen aan den Rijn dagelijks met zes reizigerstreinen per richting. De meeste treinen rijden tussen Amsterdam Willemspark en Alphen aan den Rijn. Tussen Nieuwveen en Ter Aar rijdt dagelijks een enkele reizigerstrein.

In januari 1918 opent de HESM een korte zijtak tussen Nieuwveen en Papenveer. In eerste instantie zijn er plannen om deze spoorlijn naar Ter Aar aan te leggen. Door inspanningen van de tuinders in de regio komt het station echter aan de goed bereikbare loswal in Papenveer. Hier komt tevens een veilinggebouw. Ondanks dat de bijna drie kilometer lange spoorlijn eigenlijk alleen bedoeld is voor het goederenvervoer bouwt de HESM een opvallend groot stationsgebouw. Het station krijgt de naam Ter Aar.