In 1904 wordt de NV Locaalspoorweg-Maatschappij Neede-Hellendoorn opgericht. Hoewel het lange tijd de bedoeling is de lokaallijnen van de GOLS en de NOLS via een spoorlijn tussen Neede en Ommen te verbinden, legt de NH uiteindelijk alleen de lijn Neede – Hellendoorn aan. De spoorlijn verbindt vanaf 1910 verschillende dorpen en fabrieken met het landelijke en regionale spoorwegnet. De verbinding wordt geëxploiteerd door de HSM, wat er voor zorgt dat de lijnen van de Staatsspoorwegen worden gekruist en alleen voor het goederenvervoer een aansluiting krijgen. De lage reizigersaantallen, het verdwijnen van de concurrentie op het spoor en vooral de aanleg van het Twentekanaal zorgt in 1935 voor een vroegtijdige sluiting van de lokaallijn. Korte delen blijven nog enkele decennia in gebruik voor het vervoer van goederen. Hiervoor zijn in Nijverdal en Goor nieuwe verbindingsbanen aangelegd.

Nog voor de aanleg van de eerste spoorlijn van de NOLS, zijn er plannen voor de aanleg van een spoorwegverbinding tussen de lijnen van de GOLS en de havens van Delfzijl en Harlingen. De verbinding is bedoeld voor de aanvoer van steenkolen vanuit het Ruhrgebiet naar het noorden en de het transport van textiel uit Twente naar de genoemde zeehavens. In 1889 is de eerste concessie aangevraagd voor een lokaalspoorlijn Zwolle – Groningen en een aansluitende zijtak tussen Ommen en Neede. Een jaar later is de voorlopige concessie voor de aanleg van de spoorlijnen verleend. Enkele jaren later is de NOLS-lijn tussen Zwolle en Stadskanaal gereed en niet veel later volgt de verbinding naar Delfzijl. De NOLS kiest echter voor en verbinding tussen de Twentse industrie en de haven van Delfzijl via de kortere verbinding tussen Mariënberg en Almelo. Om de Overijsselse textielindustrie en fabrieken in andere plaatsen alsnog te ontsluiten, is een stoomtramweg tussen Neede en Hellendoorn gepland. De tramweg verbindt een groot aantal fabrieken, maar ook dorpen en gehuchten met de bestaande stations in Neede, Goor, Rijssen en Nijverdal. De HSM toont interesse in de exploitatie van de verbinding op voorwaarde dat deze als lokaalspoorweg aangelegd wordt. De voorwaarden waaraan een lokaalspoorweg voldoet, bieden tenslotte meer mogelijkheden voor het goederenvervoer.

De gehele spoorlijn tussen Neede en Hellendoorn is in mei 1910 geopend. In Neede en Rijssen zijn aansluitingen met het bestaande spoorwegnet van respectievelijk de GOLS en de KNLS, beide geëxploiteerd door de HSM. De staatslijnen Zutphen – Hengelo en Zwolle – Almelo worden respectievelijk ten westen van Goor en ten westen van Nijverdal gelijkvloers gekruisd. Beide plaatsen krijgen een eigen station aan de NH-lijn. Tussen beide stations zijn in 1910 verbindingsbogen aangelegd die alleen voor het goederenvervoer worden gebruikt. In Neede en Rijssen wordt gebruik gemaakt van de bestaande stations. Het doortrekken van de lijn naar Ommen is na de opening van de verbinding vrijwel onmogelijk omdat de NOLS-lijnen inmiddels door de Staatsspoorwegen worden geëxploiteerd. Hier is bij het ontwerp van de spoorlijn nog geen sprake van waardoor eindstation Hellendoorn als doorgaand station is uitgevoerd. Hoewel Hellendoorn geen industrie van betekenis heeft, kiest de NH dit voorlopige eindpunt vanwege de aanwezigheid van een groot sanatorium en diverse pensions.

Doordat de spoorlijn uiteindelijk geen doorgaande lijn is, blijft het vervoer al vanaf de start achter op de verwachtingen. Door verder dalende reizigersaantallen, toename van het vrachtverkeer over de weg en het verdwijnen van de concurrentie op het spoorwegnet is de spoorwegverbinding tussen Neede en Hellendoorn steeds minder van belang. Bovendien ligt de lijn in de weg voor de aanleg van het Twentekanaal. In 1932 is nog een hulpspoor aangelegd zodat de spoorlijn ter hoogte van het kanaal kan worden verhoogd met het oog op een vaste brug. De tijdelijke spoorlijn ligt tijdens de aanleg van het kanaal op een dam door de waterweg. Terwijl de aanleg van het noordelijke talud en bouw van de brughoofden is begonnen, besluit NS in 1934 de spoorlijn te sluiten voor het reizigersvervoer en alleen de belangrijkste gedeeltes open te houden voor het goederenvervoer. Op 14 januari 1935 rijdt de laatste reizigerstrein tussen Neede en Hellendoorn. Gelijktijdig zijn de baanvakken Diepenheim – Goor aansluiting Zuid, Goor West – Enter en Rijssen – Nijverdal Zuid opgeheven en opgebroken. Een jaar later volgt ook het baanvak Noordijk – Diepenheim. In mei 1937 neemt NS in Goor een nieuw verbindingsspoor tussen Goor Zuid en Goor West in gebruik. De oude verbindingsboog is hierbij gesloten. Dat jaar is ook het baanvak Rijssen – Enter opgeheven.

In 1941 wordt in Nijverdal een nieuwe verbindingsboog tussen Nijverdal Zuid en de lijn richting Raalte aangelegd. De kruising met de staatslijn is hierna opgeheven en opgebroken. In 1943 is het baanvak Nijverdal – Hellendoorn gesloten en opgebroken. In oktober 1965 wordt het baanvak Kisveld – Noordijk gesloten, enkele maanden later volgt het baanvak Neede – Kisveld. In mei 1972 sluit NS de aansluitingen in Goor. Ruim een jaar later volgen die in Nijverdal. In 1975 zijn de laatste restanten van de NH-lijn opgebroken.

Restanten van de spoorlijn Neede – Hellendoorn

De lokaallijn tussen Neede en Hellendoorn is op een paar korte fabrieksaansluitingen na al voor de Tweede Wereldoorlog opgebroken. Van de spoorlijn is dan ook vrij weinig terug te vinden. Wel blijven vier stations- en haltegebouwen en een wachterswoning bewaard. In Nijverdal is zelfs een kort stuk spoor herlegd om de herinnering levend te houden.

Klik hier voor een impressie van de restanten van de spoorlijn Neede – Hellendoorn.

Het redelijk ongeschonden bewaarde stationscomplex van stationsgebouw en retirade in Noordijk op 13 mei 2019.

DIENSTREGELING

De HSM exploiteert de NH-lijn als onderdeel van het GOLS-net. De treindienst op de spoorlijn Winterswijk – Neede is in 1910 dan ook grotendeels doorgetrokken naar Hellendoorn. In totaal rijden het eerste jaar zeven treinen over het gehele baanvak. Bovendien rijdt er een trein Rijssen – Hellendoorn. In 1911 rijden nog maar vijf treinen over het hele baanvak. Eind 1913 vervalt ook het treinpaar tussen Rijssen en Hellendoorn. De trein keert in 1921 voor een periode van drie jaar terug. Het aantal reizigers blijft dalen en in januari 1935 rijdt dan ook de laatste reizigerstrein op het baanvak.